© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon

Van de liefde en de kunst: Eva Mouton

Eva Mouton (29), cartoonist, illustrator


Een ruim huis met atelier In de Gentse wijk Brugse Poort, veel snoepjeskleuren, goudvis Henkie en de poezen Siepie en Soso: dat is het huishouden van Eva Mouton. Zij ontvangt me en leidt me rond, haar eega Bert De Geyter zet koffie. Tijdens het gesprek cirkelt hij om ons heen en timmert in de keuken toegewijd een kunstwerk in elkaar. Meteen is het mij duidelijk: als je Eva Mouton interviewt, dan interview je twee mensen in één klap. Symbiose is een groot woord, maar hier misstaat het niet.


©

Eva Mouton: “Wat Bert en ik hebben is inderdaad organisch gegroeid en voelt zeer goed aan. We kennen elkaar ondertussen negen jaar. We studeerden beiden aan Sint-Lucas en hij hield me al een tijdje in het oog. Mij was hij niet zo opgevallen, hij heeft me echt veroverd. We wandelden vaak samen naar ons kot, en groeiden dichter naar elkaar toe. Met kleine verrassingen wist hij me voor zich te winnen. Een stuk cheese cake onder mijn stoel in Sint-Lucas, een bos witte tulpen aan mijn deur. Op een dag ben ik gecapituleerd.

“Het was meteen heel hecht en heel intens. We waren vaak bij elkaar en stoorden ons niet aan elkaars voortdurende aanwezigheid. Dat is nog steeds zo: we wonen en werken samen. We hebben elk onze werkplek en weten wanneer we elkaar met rust moeten laten. Maar evengoed zijn we in elkaars buurt om even te overleggen of te pauzeren.

“Bert is degene die structuur heeft aangebracht in mijn leven. Ik ben iemand die best lui kan zijn en ik ben heel dromerig en chaotisch. Als ik aan het werk ben, zou ik bijvoorbeeld vergeten te eten. Thee zetten voor mezelf vind ik al een hele klus en soms heb ik daar het geduld niet voor. Bert is dus degene die hier boodschappen doet en kookt. Hij ontfermt zich over de keuken, ik over de was. Maar evengoed stopt hij de wasmachine vol als ik het vergeet. We vullen elkaar goed aan en hebben eigenlijk nooit discussie over dergelijke zaken. Bert is ook totaal geen macho.

“Je mag hem gerust mijn manager noemen. Ik ben iemand die grote opdrachten moeilijk kan overzien. Die enorme berg werk boezemt me angst in zodat ik even blokkeer. Bert is dan degene die besluit dat we samen moeten zitten om een planning op te stellen. Hij schept de klaarheid die ik ontbeer. Het is een enorme hulp. Hij is ook degene die de soms grote stroom mails die op me afkomen filtert. Hij selecteert wat belangrijk voor me is, en stuurt dan pas door. Ik kan een stresskip zijn en hij voelt dat perfect aan. Alles wat de webshop betreft heeft hij nu ook onder zijn hoede genomen. Dat maakt dat ik me puur kan focussen op het artistieke. Anderen met een creatieve job zeggen soms dat ze jaloers op me zijn: ik wil ook zo’n Bert, verzuchten ze dan!” (lacht)


Donkere dagen

“Wat we ook delen is de liefde voor mooie dingen. Alles wat we kiezen voor ons huis, daar houden we beiden van. Ik zou het denk ik moeilijk hebben met iemand samen te leven die dat gevoel voor esthetiek niet deelt. Dat is in ons samenzijn toch essentieel. Ik weet nog goed, in het begin dat we samen waren, dat Bert zomaar kon stoppen op straat om naar de lucht te kijken, verwonderd over hoe de kleuren aan de hemel veranderden. Dat vind ik prachtig aan hem. Die fijnzinnige opmerkzaamheid is toch wat ik zoek in een partner.

“Samen hebben we een duurzame liefde ontwikkeld, die voor een stevig gevoel van basisgeluk zorgt. Het zorgende in zijn karakter, het vele knuffelen, dat heb ik heel hard nodig. Maar nu hebben we te kampen met een erg donkere, moeilijke periode. Het is geen geheim meer, aangezien we op een bepaald moment hebben besloten hierover open te zijn in de pers: onze onvervulde kinderwens. Heel lang heb ik niet echt geweten of ik kinderen wou. Ik heb nooit gedroomd van een gezin, dat was voor mij nogal vaag of ik dat wou. Twee jaar geleden was ik zelfs wat aan het panikeren: dat verlangen naar een kind, komt dat bij mij ooit wel? Maar heel cliché: op een dag was het er dus plots. En we hadden nooit kunnen voorzien dat het niet zou lukken.

“Na een jaar proberen zijn we naar een arts gestapt. Ik had me voorgenomen nooit zo’n vrouw te worden die leeft van cyclus naar cyclus en van eisprong naar eisprong, maar gek genoeg kom je vanzelf in zo’n tunnelvisie terecht. Even was er niets anders meer in mijn leven, en dat was niet goed. Waar was die vrouw met al haar interesses gebleven? Toen na onderzoeken bleek dat het probleem bij Bert lag, en dat we dus zicht hadden op de oorzaak en mogelijke oplossing, werd die tunnel plots opengebroken. Dat was erg bevrijdend. Ik besefte toen dat ik zoveel meer ben dan die kinderwens, en dat ik mijn geluk daar niet wou aan ophangen.

“Even bevrijdend was het toen we besloten met ons probleem naar buiten te treden, de pijn niet meer te verbergen. Ik schrijf en teken over alles, dus waarom hierover niet? Waarom zou dit een geheim moeten zijn? Ik zou toch niet blijven janken in stilte? Bert was onmiddellijk akkoord om hierover openheid te hanteren. Het scheelt wel, omdat we hierover nu ‘normaal’ kunnen praten met vrienden en familie. En blijkbaar heeft het ook wat losgemaakt, waarop ik wel een beetje trots ben. Mensen mailen me dat ze door mijn houding de moed hebben gehad om er ook open over te zijn tegen hun omgeving. En dat dit enorm helpt. Waarom zou je er ook stiekem over moeten doen: één op de zes koppels ervaart vruchtbaarheidsproblemen, dat is nu eenmaal zo. Het is niets om je over te schamen.”


Buikgevoel

“Mocht het lukken, moeder worden, dan denk ik dat dat makkelijk in te passen valt in ons leven. Ik ben helemaal niet bang dat dit ons creatieve leven zal hypothekeren. Ik heb ook lang genoeg gewacht om moeder te worden, ondertussen heb ik op professioneel vlak een beetje mijn weg gevonden. Ik heb toen ik jong was lang genoeg gepiekerd over van alles, nu voel ik vooral vertrouwen. Alles komt goed, en als het niet goed komt, dan zal al het piekeren uiteindelijk ook niet helpen. Ik kan makkelijker dan vroeger zaken loslaten, dus ik denk dat dit bij het moederschap ook van pas zou komen.

“Het heeft wel een hele tijd geduurd tot ik mijn weg heb gevonden als kunstenaar. Tijdens mijn eerste jaar aan Sint-Lucas was ik helemaal de weg kwijt. Ik volgde schilderkunst, maar wou te hard mijn best doen en zo werkt het niet. Ik had geen plan, behalve de intentie om een hele grote te worden. Voor minder dan de evenknie van Cy Twombly deed ik het niet. Ik was zo gefixeerd op de mythe van de grote kunstenaar, dat ik vergat mezelf te zijn. Ik blokkeerde, kreeg geen schilderij afgewerkt. Uit onvrede keerde ik terug naar mijn schetsboeken, en schreef en tekende, iets wat ik altijd met veel liefde had gedaan. Toen mijn docenten dit opmerkten zeiden ze: maar dit is wat jij moet gaan doen.

“Ik belandde dus in het tweede jaar Vrije Grafiek en vond daar mezelf terug. De docenten voelden me blijkbaar goed aan want ze stuurden me naar de plantentuin van de Universiteit Gent. Daar deed ik niets anders dan planten tekenen, op mijn eentje, soms ettelijke sansevieria’s aan een stuk. Tot mijn grote verbazing vonden mijn docenten mijn werk zeer goed. Terwijl ik dacht: maar ik heb toch mijn best niet gedaan? dit zijn toch maar eenvoudigweg een paar lijnen op een blad? In die eenvoud zat blijkbaar mijn sterkte, dit heb ik verder uitgewerkt en verfijnd tot een taal die de mijne is. En nog steeds, elke dag, wordt mijn woordenboek groter.

“Ik heb een enorme bewondering voor illustrator Carll Cneut. Het geduld dat hij aan de dag legt, daar kan ik alleen maar naar smachten. Mijn vriend Bert heeft dit ook: hij kan uren aan een stuk streepjes zetten – misschien vind ik dit wel het meest sexy aan hem (lacht). Ik kan dit niet, ik heb geen geduld. Ik heb een korte aandachtsspanne en langdurige opdrachten zijn mijn ding niet. ‘Eva’s gedacht’ in dSWeekblad is perfect voor mij: een kader en een duidelijk format. Daarbinnen heb ik alle vrijheid. Toen ik eens tegen Carll Cneut zei dat ik hem zo bewonderde om zijn geduld, zei hij mij: maar ik zal nooit die humor en die spontaneïteit hebben die jij bezit. Dat was voor mij echt een eye-opener. Je kunt niets anders zijn dan jezelf. En die eigenheid valt samen met je buikgevoel, waarnaar je steeds moet terugkeren. Te krampachtig iets of iemand anders willen zijn, werkt averechts en contraproductief. Dus nu heb ik daar vrede mee. Sommigen zullen mijn tekeningen misschien te simpel vinden en technisch niet helemaal correct. Maar dat is precies mijn handelsmerk, mijn persoonlijke handtekening. Die ik bewust verder exploreer.”


Zwoegen en oefenen

“De drang om dingen te willen maken zat er van kindsbeen in. We hadden ook alles in buurt om aan de slag te gaan. Mijn vader is beeldhouwer, mijn moeder had een stoffenwinkel. Dus als wij een verkleedtenue nodig hadden, sloegen we de handen in mekaar om iets te fabriceren. Tekenen doe ik ook al van kleins af. Mijn kleuterjuf verwonderde zich al over mijn uitstekende fijne motoriek. Ik krabbelde in kleine notitieschriftjes en probeerde een echt handschrift te imiteren. Dus ja, ik denk dat je met zo’n gave geboren wordt.

“Muzikaliteit bijvoorbeeld zit totaal niet in mij. Ik kan niet eens het ene instrument van het andere onderscheiden tijdens een luisteroefening. Bert daarentegen komt uit een familie van muzikanten en heeft een absoluut gehoor. En ja, uiteraard kun je zaken oefenen, maar je moet toch een zeker talent hebben. Vroeger verwonderde ik me soms over het feit dat mensen niet gewoon zien hoe ze dingen moeten tekenen. Maar kijk dan toch!, dacht ik. Nu besef ik dat die omzet van 3D naar 2D voor mij een natuurlijk en makkelijk proces is, maar voor veel anderen niet, net zoals ik op vlak van muziek geen aanleg heb.

“Ik heb ook veel geoefend hoor. Als kind al kon ik uren zwoegen op een tekening tot het helemaal juist zat. Ik had zo’n Barbie-paard dat ik overal meenam, en zorgvuldig observeerde tot ik elke kromming helemaal beet had. Ik voel dat ik tijdens mijn professionele leven ook nog elke dag bijleer. Aan ‘Eva’s Gedacht’ ben ik meestal een hele dag bezig. Ik kan gerust uren aan een stuk zoeken tot een eindzin helemaal goed zit. Grappen verzinnen is bij mij ook een heel ernstige zaak (lacht). En zelfs als Bert moet lachen, dan vertrouw ik het nog niet helemaal. Ik vertrouw enkel op mijn eigen gevoel. Het moet helemaal goed voelen voor ik content ben.”


Een rebel in een herenbroek

“Of het ooit een rol heeft gespeeld in mijn carrière dat ik een vrouw ben? Ik denk het niet. Ik kwam natuurlijk al heel snel in mannelijke werelden terecht. In de culturele wereld zijn er nog steeds veel mannen die de plak zwaaien, en ook aan de hogeschool belandde ik te midden van de mannen met baarden. Dat was voor een jong wicht van achttien nogal imponerend. Ik denk dat er soms wel misbruik is gemaakt van mijn jeugdigheid en mijn naïviteit.

“Tegelijk ben ik altijd alert geweest en liep ik niet zomaar in de pas. Integendeel, ik durf tegendraads te zijn als er dingen van me verwacht worden waar ik niet achter sta. We hadden zo’n docent die voor de grap stelde dat meisjes die in een jurk naar het examen kwamen, betere punten zouden krijgen. Wat deed ik? Een broek van Bert aantrekken en één van zijn slobbertruien. Zo ging ik naar het examen, ook al had ik een overvloed aan jurken in mijn kast hangen. De docent repliceerde ironisch: ‘nu ben ik wel teleurgesteld’. Maar ik denk niet dat het impact had op mijn punten (lacht).

“Of in dezelfde trant: het hoofd van een grote culturele instelling zei me: ‘In Antwerpen dragen we hakken’. Waarom zou ik dat moeten doen? Ik hou van platte schoenen en zie geen enkele reden waarom ik me zou wurmen in hakken. Maar blijkbaar vinden sommige mannen het toch nodig om daar opmerkingen over te maken. Ik vond dat ongepast.

“Toen ik debuteerde was ik nog één van de weinige vrouwelijke Vlaamse cartoonisten, nu zijn er al een heleboel. Je ziet dat er een hele zwerm jonge meisjes is opgestaan die strips tekenen. Soms is hun werk nog wat embryonaal, maar de tendens is duidelijk. Ik geloof heel hard in de prominente rol die vrouwen in de toekomst op alle vlakken zullen spelen. Leiders als Trump, Wilders en Le Pen waren volgens mij nodig om ons wakker te schudden, want we waren wat aan het indommelen. Door hun aanwezigheid is de tegenbeweging plots in een stroomversnelling gekomen. We vechten nu keihard voor wat we niet willen! Hé, dit doe je niet met vrouwen, met vluchtelingen, met homo’s… – we bakenen onze grenzen opnieuw af, en dat is een goeie zaak. In die zin ben ik die krankzinnige leiders dus wel dankbaar.”


Gent, 9 maart 2017


Dit artikel verscheen eerder op www.charliemag.be


‘Van de liefde en de kunst’ is een project van journalist Annelies A.A. Vanbelle en kunstfotografe Carmen De Vos waarbij intieme portretten gemaakt worden van artistieke mannen en vrouwen. Meer specifiek wordt gepeild naar hun visie op ouderschap in combinatie met kunst, hun visie op de liefde en hun omgang met man-vrouwissues in hun werkveld. De interviews verschenen op Charlie magazine en kwamen tot stand met een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap.