© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon

Over 'Bird Songs' van Linda Vinck




Op je 77e gedreven werken aan een comeback, je moet het maar doen. Om maar te zeggen: wij vielen meteen als een blok voor Linda Vinck (°1942). Ze ontvangt ons in haar mooie huis in Mortsel, waar ze woont tussen haar werk. In plaats van een sofa vind je dus een werktafel en ettelijke archiefkasten vol materiaal en zorgvuldig opgeborgen creaties. Die comeback mag je overigens ook letterlijk nemen: ze kwam zeven jaar geleden terug uit Kaapverdië, waar ze een tiental jaren woonde met haar vriend zaliger, een briljante doch eigenzinnige hersenwetenschapper die zich onder meer verdiepte in mariene biologie.

“Mijn vliegtuig landde een hele tijd geleden, ik ben nu pas geland. Hoewel ik Belgische ben, was weer in ons land arriveren een ware cultuurshock. Ik miste het spontane sociale leven enorm. Een groot deel van de bevolking heeft daar bijna niets, maar is vrolijk en geniet op een relaxte manier van het leven. Het was hier even wennen aan de ernst en de overvolle agenda’s. Maar ik moet zeggen dat ik stilaan geïntegreerd ben, ik heb het ondertussen ook razend druk (lacht).”

Naast de tentoonstelling in het Leuvense filiaal van Kunst in Huis, werkt ze ook aan twee expo’s in Japan die gepland zijn voor oktober. “Japan fascineert me enorm. Hun cultuur heeft nog een sterke verbinding met de natuur. Met de curator daar trokken we naar een natuurgebied dat soms overstroomt. We werden overweldigd door een concert van loepzuivere natuurgeluiden, een onvergetelijke helderheid van klanken. Het is dit wat ik probeer te vertalen naar mijn grafische werk en schilderijen.”

Loepzuivere lijnen, die enkel tot stand komen als ze zich weet af te sluiten, en in de diepe concentratie komt die we flownoemen. Het werkt enkel als niemand haar stoort en ze het gevoel heeft dat ze eindeloos de tijd heeft om de muze haar werk te laten doen. Een eindeloosheid die ze ook nastreeft in haar werk. Ze creëerde een eigen beeldschrift met tekens die door herhaling, spiegeling en omkering telkens nieuwe patronen vormen. Soms doen ze arabisch aan, dan weer lijken ze op muzieknoten, runenschrift of hiërogliefen. Van dichtbij zien de patronen er anders uit dan van veraf, dan pas beginnen de restruimtes echt te werken, begint het geheel te dansen en te stromen, dan pas komt de ingeniositeit van het werk helemaal tot zijn recht.

Er zijn immense werken waarin ze haar verdriet om een gestorven geliefde verwerkt, er zijn ook meer felgekleurde werken waarin ze het koloriet van Kaapverdië laat spreken. “De onbezorgde manier van zich te kleden ginds vind ik heerlijk. Alle kleuren, alle combinaties, maar het werkt, en straalt een ongelofelijke levensdrang uit.” Geïnspireerd is ze ook door de funaná, een hartstochtelijke, swingende dansmuziek die gekenmerkt wordt door repetitieve patronen, die bij elke strofe een klein beetje wijzigen. Kaapverdiërs spelen de funaná vaak niet voor een publiek maar gewoon voor zichzelf, als het ware om een bezwerende trance te bereiken. “Het was alsof ik mijn eigen werk hoorde”, zegt Linda.

Hoewel Linda Vinck veel affiniteit heeft met muziek, is haar werk zeker geen letterlijke vertaling. Het gaat meer om de diepere dynamiek die eronder schuilt, een logica die als rode draad loopt door vele levensmechanismen. Haar vriend vergeleek haar bijzondere beeldschrift zelfs met de structuur van neurale netwerken. Clusters, herhaling, ritmiek, densiteit en dan weer leegte, het zijn basiselementen uit de natuur die Linda inzet in haar creaties. Meermaals werd haar werk ook op muziek gezet door saxofonist Luc Mishalle. Ook hier: geen letterlijke vertaling, maar een vertaling naar de geest. Haar volstrekt originele doch in wezen open tekens die werden omgezet naar staccato, legato, glissando en vele emoties die elkaar raken in regionen die de gewone taal overstijgen. Fijne lijnen die schrille klanken worden, een kleur die een klankkleur wordt, een bewust gecreëerde variant van synesthesie.

De werken die je hier ziet komen uit de reeks Bird Songs, een serie die ze onder meer ook zal tonen in Japan. “Ik werk het liefst heel klein of heel groot, omdat dan de ritmiek het best tot zijn recht komt.” De tekens gedragen zich hier als het gekwetter van vogels, met het zelfde materiaal zingen ze immers altijd een ander lied. “Het lijkt wel een vorm van kweken, een soort artistieke celdeling”, zegt Linda Vinck. “De tekens gaan hun eigen gang, geen idee waar ze naartoe willen.”

Het is precies die onbegrensde, ritmische voortgang die Linda Vinck tracht te vangen met haar werk. Ze heeft een taal ontworpen voor dat wat niet in taal uit te drukken is. Verdriet en vreugde, het tegelijk opzwepende en troostende karakter van muziek, de pijn van het afscheid en ons vermogen om altijd te herbeginnen. De eeuwige golfbewegingen van het leven, eb en vloed, stilte en levendigheid, rijkdom na schaarste, structuur in de chaos. “Maar,” zo drukt ze ons op het hart, “ik hoop er altijd op dat ze iets oproepen waar mensen mee verderkunnen. Bij voorkeur vitaliteit en levensvreugde. Het werk moet blijven werken nadat het af is.”


Dit artikel kwam tot stand via een samenwerking tussen Kunst in Huis en Charlie magazine.