Karin Hanssen, het verleden als verhelderende blik op het heden


Op haar tiende wist ze reeds dat ze kunstenaar wou worden. Met een zekere ernst en ambitie tekende ze toen al nauwgezette portretten. De kunstmarkt op Zurenborg deed haar passie verder opbloeien. Pippi Langkous, Leonardo Da Vinci, Rubens: dat waren haar helden. Artistieke grootmeesters en sympathieke rebellen: de samenvatting van wie ze nu is geworden. Karin Hanssen is inmiddels een grande dame van de Belgische schilderkunst, maar haar tegendraadsheid, of mooier gezegd ‘immer kritische en onderzoekende blik’, is ze nooit kwijtgespeeld: “Als kunstenaar leef ik aan de rand van de maatschappij, maar met mijn werk sta ik er middenin.”


En Focus, Karin Hanssen, 2019

Een van haar stokpaardjes is de positie van de vrouw binnen het kunstenveld. Karin: “Nog steeds krijgen vrouwelijke kunstenaars minder aandacht, maar dat ligt niet aan de kwaliteit van hun werk. Het lijkt een evidentie om een man uit te nodigen, als ergens een gesprek over de schilderkunst is gepland. Het systeem herbevestigt steeds weer de mannelijke canon. De activistische feminist in mij is daarom nog altijd springlevend. Hoewel de situatie ondertussen verbeterd is, wil ik ijveren voor meer zichtbaarheid van vrouwelijke kunstenaars, al kan ik misschien slechts een steentje verleggen in de rivier.”


Tijdsdimensies

In haar werk en in haar doctoraat De Geleende Blik, dat ze van 2012-2016 realiseerde, staan vrouwen dan ook centraal. Voor- en achterflap zijn hiervoor exemplarisch, vertellen al een verhaal op zich: op de frontcover zie je een vrouw ruggelings afgebeeld (De Pantoffels, ca. 1658, van Samuel van Hoogstraten), in de verte door vele kamers heen, op de achterflap staat een vrouw op de voorgrond – dat is het beeld van Karin Hanssen zelf. “Van penetratie met de mannelijke blik, van de vrouw als willoos object, naar emancipatie, de vrouw die op de voorgrond treedt.” Waarom deze figuur desalniettemin ruggelings blijft? “De rugfiguur is een kameleon, kan iedereen zijn. De persoon blijft mysterieus en fungeert daarom als doorgeefluik dat de kijker spiegelt die in dezelfde positie staat.”

Dit doctoraat, dat gecomponeerd is als een ingenieus kunstwerk op zich, behandelt nog meer thema’s, bijvoorbeeld dat van appropriatiekunst: het toe-eigenen van het beeld van iemand anders, en dit herwerken in het eigen universum. Een gekend voorbeeld van een kunstenaar die dit procedé toepaste is Gerhard Richter, die vaak werkte op basis van foto’s. Verschillende tijdsdimensies komen samen in haar werk: ze collecteert beelden van vroeger, maar geeft die een nieuw hedendaags kader. Het verleden dient om te reflecteren over datgene wat we nu meemaken, het werpt een verruimende blik op het heden. De kleurtonen die Hanssen hanteert zetten dit extra in de verf: ze leggen een okerkleurige, roestige gloed over alles heen, die reminiscenties oproept aan vergeelde foto’s, die een tijdspatine suggereert.


Niet maagdelijk

Vroeger gebruikte Karin enkel westers beeldmateriaal, nu komen ook vrouwen uit landen waar de vrouwenrechten zwaar onder druk staan op de voorgrond. Een schilderij van vrouwen die zich uitleven op een kermisattractie blijkt gebaseerd te zijn op een foto van voor de Iraanse Revolutie, toen ze ginds nog vrijheid kenden. “Het is zoals de appel van sneeuwwitje: het ziet er lekker uit, echter er zit vergif in. Ik creëer ogenschijnlijk onschuldige beelden, waardoor een onderhuidse spanning ontstaat. In mijn schilderijen huist altijd een gevoel van onbehagen. Ik stel de evidentie van de dingen in vraag, bevraag menselijke relaties en maatschappijstructuren: wat gebeurt er bijvoorbeeld als vrouwen plots de ruimte opeisen in een patriarchaal systeem?”

Ze wijst me op het gegeven van indexicality: hoe een titel indicatief is, een extra laagje toevoegt aan een schilderij, het discours verrijkt. Dat kunstwerken op zich staan, zonder enige vorm van uitleg, is bij haar geen must. “De jonge generatie schilders durft zich wel eens af te zetten tegen duiding bij een schilderij. Dat vind ik interessant, maar ik ben het er niet mee eens, en al zeker niet als je je werk een titel geeft. Een schilderij kan nooit onafhankelijk of maagdelijk zijn: je leest het altijd in een bepaalde context, en de betekenis wordt hierdoor bepaald. De maker, of die een man of vrouw is, de ruimte, de tijd(sgeest), de materialen, de schriftuur: het speelt allemaal een rol die op zich al betekenis genereert.”

Als voorbeeld laat ze me kennismaken met De Galante Conversatie, een werk van Gerard ter Borch uit 1654. “Gedurende honderd jaar zijn hier veel varianten op gemaakt. Eerst kregen werken geen titel, maar heette dat gewoon een ‘gezelschappie’, ‘een satijntje’ (vanwege de stof van het kleed, die het technische kunnen van de schilder in de verf moest zetten, AV) of een ‘tronie’ (een portret, AV). Pas honderd jaar later kreeg het werk van een etser de titel De Vaderlijke Vermaning wat weer andere betekenissen opwekt.” Wat hier gebeurt is dat onze blik wordt gestuurd door de titel – er wordt ‘geframed’ avant la lettre. Is het een bordeelscène of een gezellig familietafereel? Dat wordt bepaald door titel en context, die steeds weer wijzigden door de jaren heen. Ook Hanssen zelf maakte een reeks varianten op het schilderij, telkens met minieme verschillen, gebundeld in haar boek The Borrowed Gaze/Variations GTB.


De adem van de kunstenaar

Binnenkort is Karin te zien bij Gallery Sofie Van de Velde. De laatste hand wordt gelegd aan een soloshow met de titel Everything now – Variations on desire. Het verlangen, wat de voorbije maanden boven kwam drijven als verbindend thema in deze tijd, recht evenredig met de afstand die we van elkaar dienen te nemen. “Tijdens de eerste lockdown heb ik bijna niet kunnen werken. Ik nam de tijd om goed te onderzoeken en te plaatsen wat ons allen overkwam. Maar sinds september vond ik een nieuw elan, des te meer toen ik aanknopingspunten zag tussen de thema’s waar ik al een tijd mee bezig was, en de tendensen die ik nu in de wereld zie ontstaan.”

In sommige van haar schilderijen zag je voorheen al een koele sfeer opduiken in de publieke ruimte: ongezellige afstand tussen mensen, wegkijken, blikken die elkaar niet meer kruisen. Een klimaat dat nu extra wordt versterkt door de afstandsregels en maskers. Hanssen: “Ik zie dat we evolueren naar het uitschakelen van zo veel mogelijk menselijkheid. Een trend die al een tijd bezig was, met de VS als voortrekker. Botox, obsessief fitnessen, schoonheidsimplantaten, ze leiden tot een plastieken, onnatuurlijke en perfectionistische wereld waar uniformiteit regeert. Mensen worden precies allemaal klonen van mekaar, ook in hun sociaal gedrag. We worden steeds gereserveerder en oppervlakkiger. Ik mis diepgang, spontaneïteit – de Franse slag zoals we zeggen. Niet zo preuts en puriteins.

“Ik heb daarom mijn haar grijs gelaten, een hele tijd geleden, omdat ik vind dat rijpe, wijzere vrouwen ook een plek verdienen in het straatbeeld, in de maatschappij. Als ik mijn haar verf, dan werk ik eigenlijk mee aan die vorm van ‘ageism’, aan het feit dat oudere vrouwen worden weggegomd. Ik verhulde datgene waar ik voor stond. Daarom hou ik ook zo van schilderijen: ze kunnen nooit perfectionistisch zijn. Je leest er de adem in van de kunstenaar, de menselijke toets, het doorwrochte, het worstelen, de strijd.”


Vrouwenlichaam als barometer

Wat Karin opvalt is dat het vrouwenlichaam dient als barometer voor de moraal in een maatschappij. Ook dat is een tendens: tepels van vrouwen en dergelijke worden op social media steevast gecensureerd. Karin Hanssen: “Het is typisch voor een conservatief of totalitair regime om seks aan banden te leggen, en meer bepaald het vrouwelijke lichaam. Terwijl: seks is toch normaal? Een naakt lichaam is toch normaal? Waarom al deze censuur? Dit, samen met het verlies van vrijheid in de openbare ruimte en het verdwijnen van het open debat, baart me zorgen, omdat het indicaties zijn van een enge, gesloten tijdsgeest. Wat dan weer een vrijbrief is voor hypocrisie en onverdraagzaamheid.”

In een recente reeks, die eigenlijk een complementair, tegengesteld tweeluik vormt met de serie die de onbehaaglijkheid in de openbare ruimte behandelt, beeldt Karin Hanssen daarom ook vrouwen uit die vrijmoedig hun naaktheid vieren. Verlossende beelden als antwoord op versmachtende verboden. “We zijn het verlangen aan het kwijtraken, we verdrinken in een bad van angst. Het object van de angst ligt vaak buiten jou. Nu is het virus, maar het kan evengoed ‘de migrant’ of ‘de duivel’ zijn, waar je uit onwetendheid angst voor hebt. Angst wil altijd weghouden, afschermen – verlangen wil aantrekken en uitreiken, openstellen, grijpen, toe-eigenen. Ik zie het als twee tegengestelde emoties: van sluiten en dichtplooien, naar openen en geven.

“Misschien zoek ik in mijn werk wel een zinnelijk gevoel terug dat in mijn jeugd alom was, omdat ik vrees dat het stilaan verdwijnt. Mijn moeder was een Oostenrijkse, een enorm warme vrouw. ‘Immer lustig’, zoals we zeggen, een warm kacheltje waaraan ik me kon laven. ‘Pluk de dag’ was haar motto. Ik hoop dat ik met deze schilderijen een zweem van die sensatie weer kan oproepen. Mensen prikkelen om te zorgen dat wat ons menselijk en gelukkig maakt, niet zomaar verloren gaat.”


Deze tekst verscheen eerder op TheArtCouch.