Nathalie Vanheule of de omhelzing van het vrouw-zijn

Updated: Jan 9, 2019

Soms weet je al heel snel dat iemand een belofte is. Toen ik het werk van Nathalie Vanheule leerde kennen – ze studeerde toen nog aan KASK en Sint-Lucas in Gent – vermoedde ik al dat ze meer in haar mars had dan de gemiddelde kunststudent. Twintig jaar later kan ik zeggen dat mijn voorgevoel klopte. Vanheule is inmiddels een rijzende ster aan het kunstfirmament, en heeft al een indrukwekkend palmares verzameld. Ze is een graag geziene gast in het buitenland, van Parijs en Berlijn tot Venetië, en werd een aantal jaar geleden onder de vleugels genomen door de aimabele galeriehouder Yoko Uhoda, die nu in Knokke samenwerkt met Albert Baronian.


(c) Louise Mae


De doorbraak van Vanheule, ook internationaal, is misschien wel te danken aan haar ‘ash paintings’. Meestal op een ronde drager, sommige met een diameter van meer dan een meter, brengt ze laag voor laag een mengeling aan van as en pigment, tot zich een fluweelzacht reliëf vormt dat tegelijk aards en heel efemeer aanvoelt.

Dat kun je eigenlijk zeggen van zowat al haar werken. Vanheule kiest materialen die haar dicht op de huid zitten, en gaat technisch tot op het bot om het effect te genereren dat ze voor ogen had. Echter, te technisch wordt het nooit: het resultaat is steeds van een pure schoonheid, soms zo perfect dat het een beetje pervers wordt.

Vanheule trippelt langs die dunne lijn. Een voorbeeld zijn de werken die ze maakte voor de groepsexpo RE-art2 in 2017. Hiervoor ging ze aan de slag met oude make-up, wat de tinten roze en wit toevoegde aan haar doorgaans zwart-blauwe kleurenpalet. Als drager koos ze een soort schuurpapier, om de make-up aan te brengen zette ze ook haar eigen lichaam in, schurend langs de ruwe ondergrond.

Wat wil ze hiermee vertellen, met dat zichzelf moedwillig pijn toebrengen? Is het een simpele daad van masochisme of is het meer? De preoccupatie met het lichaam is in Vanheules werk alomtegenwoordig. Dat flirten met deugdpijn ook. In haar atelier werkt ze steevast op hoge hakken, hoe ongemakkelijk dat ook is. Als ze zich in het openbaar vertoont komt ze steeds uit een doosje. Haar ravissante verschijning op de social media is part of the deal: ijdelheid maakt de meester (in dit geval: de meesteres).

Zelf poneert Vanheule hierover: “Ik vind het jammer dat de vele vrouwelijke kunstenaars hun lichamelijkheid en seksualiteit negeren en zich hullen in mannelijke kleren. Ze gedragen zich als een church of coolness, als priesteressen in grijze, zwarte broeken met platte schoenen. Ze willen zich bijna verkleden als man of als vrouw zonder vormen uit angst om niet serieus genomen te worden. Uit angst omdat ijdelheid en seksualiteit vaak worden verward met domheid. Omdat ze bang zijn dat de seksuele uitstraling een boodschap is die zou kunnen primeren op de boodschap die we willen uitdragen als kunstenaar. Mensen zijn lui. Ook in hun oordeel. Mijn kledij en verschijning zijn koppigheid en rebellie, maar ook een omhelzing van het vrouw-zijn en de lichamelijkheid. Ik speel ermee en het is mijn plezier. Het is een vrije uiting, inclusief de keuze voor hakken. Vrijheid. Expressie. Zoals alle kledij zou moeten zijn.”

In de samenwerking die Vanheule aanging voor de Biënnale Interieur 2018 in Kortrijk wordt dit kat-en-muisspel met het o zo kwetsbare vrouwelijke lichaam tot het uiterste uitgespeeld. Een reusachtige koningsblauwe tong in een zijdezachte glanzende stof wordt op allerlei manieren rond een naakt lichaam gedrapeerd. Niet toevallig is het model een dubbelganger van Vanheule zelf, al zul je dat niet direct zien want beide blondines houden het gezicht verborgen. Neem me dan, grijp me dan, lijken de foto’s van Louise Mae te zeggen, maar aangezien de naaktheid zo flagrant en anoniem in je gezicht wordt gegooid, ontstaat meteen ook een afstand. Deze lichamen zijn té fragiel om aan te raken, onderhuids lijkt zoveel pijn te schuilen dat je er bang van wordt.

Helemaal naar de keel grijpend zijn de foto’s waarop het model een kluwen touwen rond haar nek torst. Als je dan weet dan Vanheules moeder ongelukkig stierf door verstikking in touwen, weet je hoe diep deze kunstenares durft te gaan. Zo diep dat het pijn doet, en tegelijk zo intens mooi dat je diep ontroerd wordt. Het is met deze schoonheid dat Vanheule je inpakt, om daarna je ingeslapen, post-emotionele eenentwintigste-eeuwse hart te doorboren en je ietwat ontredderd achter te laten. Vanheule is zonder dat het haar expliciete bedoeling is, een intuïtieve chroniqueur van deze tijd.






Foto's ©Louise Mae


Dit artikel verscheen eerder op TheArtCouch

© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon