© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon

Over 'New Way' van Asia Nyembo Mireille



Op ons kleine lapje grond bruist heel wat. Het is een boude stelling maar ik denk dat er weinig landen zijn waar op zo’n kleine oppervlakte zoveel artistieke kwaliteit ontspringt als in België. Tel hierbij nog de nieuwkomers op, en je krijgt al helemaal een verfrissend, kleurrijk kunstlandschap. Asia Nyembo Mireille (°1984) is zo iemand die aan onze soms te cerebrale Europese benadering extra pit toevoegt, met een aangrijpend achtergrondverhaal en een intrigerend materiaalgebruik.

Vijf jaar geleden kwam de kunstenares uit Congo hierheen, nadat ze zich in Brazzaville, Straatsburg en Wallonië ontplooide in diverse artistieke disciplines. Haar artistieke werk is een uitlaatklep voor de vele vragen waarmee ze worstelde nadat haar beide ouders waren overleden. Waarom scheidden mijn ouders op mijn vijfde? Waarom mocht ik van mijn vader niet bij mijn moeder wonen? Waarom verbleef ik maandenlang in het ziekenhuis? Wat was de impact van de Rwandese genocide op mij als tienjarige?

Te veel onbeantwoorde vragen creëerden in haar hart en hoofd een kortsluiting, en om hier afdoende antwoorden voor te vinden dompelde ze zich onder in literatuur, de historiek van haar familie, haar culturele achtergrond, diverse wetenschappen en haar passie voor tekenen. Toen ze ouder werd kristalliseerde dit in een carrière als kunstenaar, waarbij ze telkens eerst grondig onderzoek uitvoert en dit later vertaalt in artistieke projecten. Door haar jarenlange praktijk, eerst in Congo en daarna in het buitenland, bedient ze zich vlot van vele media, van tekenen en schilderen tot film, van installatie tot fotografie.

Sinds 2017 focust ze – via een onderzoeksbeurs bij TAMAT, het hedendaags centrum voor textielkunsten in Doornik – op een specifiek aspect uit haar culturele geschiedenis, namelijk het oneigenlijk gebruik van de typische bontgekleurde Afrikaanse gewaden of ‘pagne wax’. Weinig Afrikaans is er aan deze van oorsprong Javaanse batikstof, die nu en massewordt geproduceerd in Nederland. Elk jaar in Kinshasa op 8 maart, de Internationale Vrouwendag, weigerde Asia Nyembo dit zogenaamde icoon van de Afrikaanse cultuur te dragen, waardoor ze verschillende malen werd bedreigd en door de politie opgepakt. Dit veroorzaakte een diepe pijn, die ze slechts kon veruitwendigen en vernietigen door er een artistieke vorm voor te zoeken.

Het resultaat is bloedmooi. Ze keert hiervoor terug naar een stof die wel bij uitstek Afrikaans is: raffia. Deze vezel bewerkt ze met water tot zich een oranjekleurige verf vormt, met vuur tot ze een pigment bekomt in vele grijsnuances. Het gaat gepaard met zware fysieke arbeid waardoor het voor haar een soort van zuiveringsritueel is, een trage en bewuste tussenfase waarmee ze zichzelf de kans geeft mentale littekens te verwerken.

Haar geliefkoosde slachtoffer is de ‘wax hollandais’, de verfoeide stof dus die het Congolees velours als cultureel erfgoed heeft verdrongen, waarvan ze de textuur, de flexibiliteit en het uiterlijk opzettelijk ingrijpend verandert. Gedreven door een innerlijke strijd, gaat ze de doeken niet bepaald zachtaardig te lijf, met zwarte en dieprode verf, die ze bekomt door rood pigment te vermengen met het zelfgecreëerde oranje. Na het opdrogen verknipt ze de harder geworden lappen, die nu meer aanvoelen als zeildoek of hard papier, tot kleine vierkantjes. Die stelt ze opnieuw samen tot zich een groot lappendeken vormt van zwarte, grijze en rode vlakjes, die elkaar op willekeurige wijze opvolgen. Toch zit in die ogenschijnlijke chaos een appetijtelijke ritmiek verborgen, een verrassende harmonie die een aangename kijkervaring genereert. Dit heeft veel te maken met het feit dat dit geassembleerde textielschilderij tussen de vlakjes door transparant is, en licht en lucht doorlaat. De zwaarte wordt zo versneden, en opgetild tot lichtvoetige schoonheid.

Veel kunstenaars voelen een reserve tegenover het etiket ‘therapeutisch’ als dit op hun werk wordt gekleefd. En dat is terecht, we kunnen kunst geen kunst noemen als het louter therapie zou zijn en niet verheven wordt tot een creatie die op zichzelf staat, los van de innerlijke schermutselingen die ertoe aanzet gaven. Het werk van Asia Nyembo louter therapeutisch noemen zou dan ook veel te oneerbiedig zijn.

Maar als kijker kun je in dit geval niet wegkijken van de pijn, ook al weet je niet hoe dit werk tot stand kwam, de zwarte as en de bloedrode tinten spreken rechtstreeks tot je onderbewuste. Ze raken op plekken die zeer doen. Ongewild associeer je deze materie en kleurnuances met vernieling en verval, verdriet en vergankelijkheid.

Het mooie is dat het bij Asia Nyembo niet hierbij blijft. Ze bezit de elegantie van een speelse geest om loodzware thema’s te herkneden tot hoop, tot iets nieuws en oorspronkelijks. Hierdoor is ‘New way’ niet alleen een lapjeswerk dat oude demonen dempt, maar ook het vitale begin van een verse geschiedenis. De geschiedenis die ze hier nu zelf schrijft in België, met de inkt van haar soms indringende herinneringen, en de pen van haar talent. Asia Nyembo heeft veel recht te zetten. Maar gelukkig bezit ze ook de wendbaarheid van geest om dit leed te transformeren tot kunst. Helend voor de maker, prikkelend voor de kijker. Een dame en een parcours om verder met argusogen te volgen.


Deze tekst kadert in een samenwerking tussen Charlie en Kunst in Huis.