Piet Peere, de perfecte imperfectie

Wie de minzame, ingetogen Piet Peere ontmoet, kan nauwelijks vermoeden welke brute kracht zich in zijn atelier schuilhoudt. Donkere demonen en oerdriften, hoog oplaaiende emoties en iconische beproevingen: de doeken van Peere laten je geenszins onberoerd. Met de Griekse mythologie als voornaamste portaal toont hij je een glimp van zijn rusteloze innerlijke wereld, zijn authentieke, turbulente ziel die in de worstelingen van de goden zijn grootste uitdrukkingskracht vindt.


Piet Peere, Midas

Soms zijn de aloude mythes gelieerd aan persoonlijke bekommeringen, soms ook helemaal niet. Een kunstenaar kiest zijn thema’s altijd onbewust, zo schreef Carl Gustav Jung en zo gelooft ook Piet Peere. De vertelling van de overmoedige architect Daedalus, de veelvuldige kwellingen die Tantalus ondergaat en de liefdestriangel van Aphrodite, Ares en Hephaistos zijn slechts aanknopingspunten, sleutels die de deur openen naar een tomeloze en schier eindeloze productie, waarin kleur en vorm vrij spel krijgen.


Duisternis en licht wisselen elkaar hierbij af, vaak wordt het hoofd zwaar aangezet met donkere tonen en baadt het lijf in lichtere nuances, alsof de muizenissen worden opgeheven naarmate het lichaam vrijheid en beweging zoekt. De schilder duikt in zijn doeken, als een volleerd atleet. De fysieke act dient als kanaal voor dat waar het brein geen weg mee weet, voor dat waar het hart van overloopt. Altijd komt Peere tot een boeiende spanningsboog tussen uitersten – rustige zones bieden veelal een antwoord op de agitatie elders op het doek.


Confrontatie

Ook in de verhaallijnen in zijn werk vinden we dezelfde dualiteit. Op één van de schilderijen ligt Tantalus te baden in het water, onder de dreiging van een forse steen. Ook in de schijnbaar realistische sculpturen gaat deze mythologische figuur gebukt onder dezelfde zwaarte. Hij voelt de doem van de wereld op zijn schouders rusten, net als de kunstenaar zelf, die zich zorgen maakt over hoe overmoedige ego’s alles laten verloederen en de planeet naar de verdoemenis helpen. Een arrogante, weinig bewuste levenshouding die in het werk van Peere wordt verpersoonlijkt door de ijdele architect Daedalus. Hij wordt geschetst als een rijzige, bonkige man die geen tegenspraak duldt. Zijn contouren domineren het doek – dommig, doch machtig.


Op zoveel nietsontziende zelfingenomenheid is volgens Peere maar één antwoord: tot inkeer komen, resoluut naar binnengaan en daar de stilte opzoeken. De egoloze plek waar allesomvattende liefde regeert. Sommigen bemerken in zijn werk die liefde, anderen ervaren de monumentale schilderijen als zeer confronterend. “De perceptie ligt in jezelf besloten”, zegt Peere. “Een boom die je bekijkt met liefde is veel mooier dan een boom die je bekijkt vanuit frustratie en onmacht”. Zo is het ook met zijn werk: wie ernaar kijkt en bang wordt, heeft her en der nog wat innerlijk werk te vervullen. Het canvas liegt niet. De tableaus van Peere zijn moeilijk te ontvluchten.


Oerkreet op doek

Is het daarom dat de kunstenaar zoveel ruimte geeft aan de schaduwzijde? Laat hij daarom zijn demonen zo vrijmoedig buitenspelen? Wat op het doek komt is uitgezuiverd, bezwaart de ziel niet meer? “Misschien zat ik wel in de gevangenis”, grapt Peere, “als ik deze uitlaatklep niet had”. De ondertoon is misschien liefde, lieflijk geschilderd is het allerminst. In zijn werken zit dezelfde urgentie als in ‘De Schreeuw’ van Edward Munch. Rauwe oerkracht, onversneden wanhoop, primitieve begeerte: de lommerrijke kanten van ons mens-zijn die onverbloemd aan de oppervlakte komen.


Het is wat Wassily Kandinsky de ‘innerlijke noodzaak’ noemt, in zijn boek uit 1917: ‘Het geestelijke in de kunst’. Peere schildert met een gedrevenheid die van levensbelang lijkt – verbeten, doelbewust doof voor de rest van de wereld, elke dag opnieuw. Een dag niet geschilderd is een dag niet geleefd. Met deze of gene toets drukt hij de vibratie van zijn ziel uit, in de hoop dezelfde vibratie bij de ander op te wekken. Kleur en vorm zijn de vertaling van de gemoedstoestand van de kunstenaar. “De emotie zit in de verf”, zegt hij. Textuur en schriftuur zijn meer dan louter materie, ze stralen een unieke energie uit.


Daarom zou hij nooit als hulpmiddel foto’s projecteren op doeken, daarom is hij geen mooischilder die zijn publiek tracht te pleasen. Elke penseelstreek vertrekt uit de onderbuik, en komt neer precies waar hij moet neerkomen, ook al vloekt het – de zuivere ziel verdraagt geen toegeving. Als de kijker daardoor rechtstreeks in het hellegat kijkt, so be it. In het universum van Piet Peere lopen geen snoezige schoothondjes rond, wel een schuimbekkende cerberus, de hellehond met een afschrikwekkende tandenrij, klaar om belagers aan te vallen.


“Wellicht was ik al schatrijk als ik bevallige, levensechte portretten had geschilderd,” zegt Peere, “maar dat wil ik niet. Het moet een uitdaging zijn, het moet pijn doen. Schilderen is voor mij afzien. Ik ben een ongelofelijke perfectionist, tot zelfdestructie toe.” Of in de woorden van Kandinsky: “Mooi is wat voortkomt uit innerlijke zielkundige noodzakelijkheid. Mooi is wat innerlijk mooi is.” Precies daarom schildert Peere zijn wezens nooit vleeskleurig, maar in alle mogelijke gesatureerde kleuren van het spectrum. Bij voorkeur die nuance die exact resoneert met de emotie die weergegeven wordt – elk sentiment heeft zijn hoogsteigen trilling.


Plastische puzzel

Het mag wringen, schuren, weerbarstig zijn. Het mag de kijker verwarren en verontrusten. De koppen van Peere zijn meer een kaleidoscopische dan een werkelijke weergave van een hoofd. Neus, mond, oren en ogen – ze staan zelden op de te verwachten plaats. Verschuivingen, suggesties en torsies brengen de blik van de beschouwer uit balans, verschillende perspectieven worden afgewisseld in één beeld. Soms schildert hij sculpturaal, zodat nog meer dimensies optreden. Hij flirt met de limieten van de schilderkunst en drijft zijn figuren tot op de grens van de herkenbaarheid. Peere: “Schilderen is voor mij een zeer ingewikkeld plastisch spel. Een puzzel die moet opgelost worden, waarbij de kunstenaar meestal de verliezer is.”


Nooit ziet een werk eruit zoals hij vooraf had gedroomd, maar hier heeft hij zich inmiddels bij neergelegd. De charme van het onaffe, de perfectie van de imperfectie, zoals de gouden aders van een Kintsugi-vaas – breekbaarheid tot kunst verheven. Onder een werk zitten soms vele lagen probeersels, tussenstadia die Peere genadeloos overschilderde. Aan het huidoppervlak van het schilderij zie je er soms nog de sporen van, gedempte littekens uit het verleden. Ze maken het geheel doorleefder, gelaagder. “Ik zoek die spanning op”, zegt Peere. “Er moet altijd iets zijn wat wringt. De juiste noot is vaak de verkeerde noot.” Of zoals Beethoven poneerde: “Een gebrek aan passie is onvergeeflijk, een fout maken niet.”


Souplesse

Aan passie ontbreekt het niet in het werk van Piet Peere. Hij tovert het ene na het andere meesterwerk uit zijn hoed, alsof het niets is. Hoewel zijn monumentale doeken logischerwijze het meest in het oog springen, en hij daar bewijs levert van een geniaal gevoel voor kleur en vorm, verbluft hij minstens evenveel met de souplesse in zijn monotypes. Een uitbundige dans met penseel en zwarte olieverf, die in een paar rake armzwaaien steeds een parel oplevert. Een buitengewoon vaardige schriftuur, met een beeldtaal die doet denken aan de grootmeesters Permeke, Bacon en Picasso.


333 moesten het er zijn, maar Peere zou Peere niet zijn als hij dit vooropgezette spirituele getal niet had overschreden. “Het zijn er veel meer geworden”, zegt hij met een deugnieterige blik – alsof hij ervan houdt zijn eigen regels te overtreden. De monotypes zijn luchtiger, speelser dan zijn doeken – hij schept er duidelijk meer plezier in. Waar in de schilderijen de artistieke woede wild om zich heen slaat, van de misnoegde man die een uitweg zoekt voor zijn onvrede, lijken hier de teugels te worden gevierd. Er is, voor de opmerkzame kijker, zelfs hier en daar een humoristische noot te bespeuren.


Daedalus en Tantalus figureren weer, maar ook andere potige wezens uit ‘Het schimmenrijk’. Hun tronies domineren ook hier het papier. Maar dan duiken ook meer etherische schilderingen op – aangezichten die lijken op te gaan in de achtergrond, die niet bepaald mooi zijn of sympathiek maar toch een minder harde energie uitdragen. ‘Lichtwezens’, noemt Peere ze, aanwezigheden zonder fysiek lichaam, die louter energie zijn. Hiermee verwijst hij impliciet naar zijn fascinatie voor de spirituele wereld, waarin hij zich nog veel meer zou willen verdiepen, ware het niet dat de schilderkunst hem zozeer in beslag neemt.


Verlangen naar vrijheid

“Eigenlijk”, zegt Peere, “heeft hetgeen ik momenteel doe, in wezen niks te maken met schilderen. Het is slechts de uitdrukkingsvorm die ik hanteer om in dit leven mijn ziel te laten evolueren. Naar een volgend, hopelijk vrijer leven.” Belangrijker dan steeds meer artistieke bekwaamheid verwerven, is dit mijn hogere doel: ballast loslaten, vastgeroeste principes afleren, toeval en intuïtie nog meer laten zegevieren. “We hebben verschillende levens nodig om de ultieme vrijheid te bereiken. Maar vrijheid kunnen we niet willen. In het verlangen ernaar zit immers reeds de onvrijheid besloten. Het is een paradoxaal gegeven.”


Mag het verbazen dat het verboden liefdesverhaal van Aphrodite en Ares veelvuldig in zijn werk figureert? Ettelijke schilderijen laten een innig verstrengeld liefdespaar zien, hun lijven nog moeilijk onderling van elkaar te onderscheiden. Maar dat is niet alles. Vaak worden zij omsingeld door hekwerk, door ketenen en koorden, door een dreigende hand. Het is die van Hephaistos, de bedrogen echtgenoot, die een gouden net - zo dun dat het niet zichtbaar was - smeedde om de schuinsmarcheerders op heterdaad te betrappen en te kijk te zetten voor de hele godengemeenschap.


Vrijheid? Ja, maar met een bijsmaakje. En binnen een afgelijnd kader. Peere laat het koppel proeven van de bandeloze liefde, maar schetst op de achtergrond ook de tol die hen wacht. Bedoelt hij dat onbeteugelde vrijheid een illusie is? Staat op romantische uitspattingen altijd een prijs? Houdt onze vrijheidsdrang op waar we de ander schade toebrengen? Het is een spanningsveld dat Peere verkent in zijn onderwerpen maar ook in de technische uitwerking ervan. “Eerst is er de daad”, verduidelijkt hij, “daarna komt de kop.” Of: eerst is er wat intuïtief uit buik en hart voortvloeit, dan neemt de beheerste, meer cerebrale dirigent het over. Om de laatste toetsen te leggen, en het strijdgewoel tot stilstand te brengen.


Maniakaal blijft de kunstenaar tot de finale penseelstreek, blindelings trouw aan zijn diepste ik, dankbaar luisterend naar wat zijn Hogere Zelf hem dicteert. Het werk van Piet Peere is gestolde hartstocht, een subliem akkoord van techniek en een rijk gevoelsleven. Wat de massa graag ziet interesseert hem niet, modes en trends laat hij links liggen. Zijn werken overstijgen tijd en ruimte en kijken je frontaal in de ogen. Een uitdagende blik, maar steeds met een overvloedige liefde, voor de schilderkunst en voor de mensheid. “In mijn werk lees je hoe het met jezelf gaat”, zegt Peere. Zo is het maar net. Spiegels van de universele ziel.


(deze tekst werd in opdracht van Piet Peere geschreven voor zijn monografie 'Unveiling', 2020)