top of page

Khalid Benhaddou: “Polarisatie is een bedreiging, maar ook een uitnodiging.”

  • Foto van schrijver: Annelies Vanbelle
    Annelies Vanbelle
  • 2 dagen geleden
  • 12 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 1 uur geleden

We leven in een tijd waarin verschillen in mening problematischer lijken dan ooit. Omdat we elkaar niet meer vinden tussen de hevige stellingen, trekken we ons terug in zelfbevestigende bubbels, waar we veilig zijn bij gelijkgestemden. Het resultaat is een maatschappij op drift, zonder gedeelde waarheden en waarden. Net daarom is het nieuwe boek van bruggenbouwer Khalid Benhaddou zo’n verademing. In Polarisatie: kracht of gevaar legt hij uit waarom pluralisme een zegen is, maar ook kan uitmonden in de opvallend verdeelde samenleving waarin we ons vandaag bevinden. En vooral: hoe we hieruit een uitweg kunnen vinden.


Annelies A.A. Vanbelle


Khalid Benhaddou in Psychologies magazine

Tegenwoordig wordt elke mening vliegensvlug gedeeld en even snel bestreden. Polarisatie is alomtegenwoordig: in de politiek, de media, het onderwijs, de sociale media, maar net zo goed aan de keukentafel. Corona was een venijnige splijtzwam die families en vriendengroepen uiteendreef, maar intussen zijn er talloze thema’s waar innige banden op stranden: migratie, religie, Oekraïne, Palestina, klimaat, LGBTQ+ enzovoort. Het lijkt alsof we de ander steeds minder zien als volledig mens, maar verengen tot slechts de vertolker van één bepaalde visie. Aan één mening hangt meteen een hele identiteit vast.


In Polarisatie: kracht of gevaar onderzoekt theoloog, auteur en opiniemaker Khalid Benhaddou waarom de samenleving steeds vaker in dergelijke kampen uiteenvalt, hoe emoties het tegenwoordig van de ratio overnemen en waarom de nuance zo vaak zoek is. Toch klinkt hij ook gedreven en hoopvol. Polarisatie is niet alleen een bedreiging, stelt hij, maar ook een uitnodiging: om weer respectvolle gesprekken te leren voeren, onze democratische waarden te herontdekken en onze collectieve weerbaarheid te versterken.


Wat is uw initiële insteek geweest om dit boek te schrijven?

 

“Ik werk al jarenlang, zowel binnen als buiten het onderwijs, rond het thema polarisatie. Vaak heeft het woord een erg negatieve bijklank. Daarom koos ik als titel ‘kracht of gevaar’, omdat polarisatie eigenlijk de prijs is die we betalen voor een pluralistische samenleving. Ik noem dat de ‘ironie van tolerantie’ of de ‘ironie van pluralisme’. Hoe pluralistischer een samenleving is, hoe groter de kans dat meningen zullen botsen.

 

Een samenleving zonder polarisatie is een dictatuur. Een democratie is daarentegen bij uitstek het platform voor het georganiseerde meningsverschil. Het is goed dat meningen verschillen en zelfs botsen — zo is er minder voedingsbodem voor geweld bij wie zich niet gehoord voelt. We mogen het kind dus niet met het badwater weggooien: pluralisme en polarisatie zijn gezond, anders maak je de bandbreedte van het debat bijzonder smal.”

 

THE AGE OF FEELINGS

 

“We leven in een tijd waarin het niet langer louter om botsende ideeën gaat, maar steeds vaker om botsende emoties. We leven in the age of feelings. In een debat worden je argumenten niet meer afgewogen op basis van rationaliteit, maar op basis van de vraag of ze al dan niet kwetsend overkomen bij de ander. Daarmee hou ik geen pleidooi om anderen te kwetsen of te beledigen, maar het maakt het erg moeilijk om nog een open gesprek te voeren.

 

Onze panels en debatten worden vandaag samengesteld op basis van kwetsuren in plaats van expertise. Hoe meer iemand gekwetst is, hoe valabeler zijn stem lijkt te worden. Slachtofferschap verwordt tot een identiteit die als politieke pasmunt wordt ingezet. Wanneer een argument wordt geformuleerd vanuit pijn en vanuit lijden, voelt het bijna koud en kil om het te weerleggen. Uit angst om gecanceld te worden, zwijgen mensen liever.

 

Het resultaat? Men trekt zich terug in safe spaces: plekken van gelijkgestemden, waar men elkaars mening bevestigt. Zo belanden we in echokamers en filterbubbels — iets wat sociale media via de algoritmen nog versterken. Dat cultiveert de kwetsbaarheid, terwijl weerbaarheid net het sleutelwoord zou moeten zijn. En dan heb ik het niet alleen over individuele weerbaarheid. Je kan als individu werken aan je gezondheid, sporten, vipassanameditatie beoefenen of andere technieken toepassen, maar waar het mij om gaat is collectieve weerbaarheid: die van de gemeenschap, van de samenleving. Net die schiet nu tekort.” 

 

Hoe kunnen wij hieraan gaan werken? Wat moet hiervoor gebeuren?

 

“Ik ben er bijvoorbeeld een voorstander van dat subsidies niet toegekend worden aan organisaties die enkel functioneren als safe space, maar niet als brave space. Organisaties die al dertig of veertig jaar met dezelfde doelgroep werken en nooit de moeite hebben gedaan om bruggen te slaan naar andere groepen in de samenleving. In de beginfase begrijp ik dat — voor nieuwkomers kan zo’n safe space nodig zijn — maar gemeenschapsgeld moet gemeenschapsvorming stimuleren, niet alleen binnen de eigen groep, maar met de bredere samenleving.

 

We hebben meer platforms nodig waar mensen elkaar in al hun gelaagdheid kunnen ontmoeten. Misschien moet de overheid die coëxistentie actiever stimuleren, want dat gebeurt helaas niet vanzelf. Het middenveld speelt hierin een belangrijke rol.

 

Daarnaast ben ik een stille pleitbezorger voor een vorm van vrijwilligersdienst. Niet verplicht, maar met bepaalde incentives, zoals extra punten op school of tickets voor culturele evenementen. We leven samen als burgers in dit land, maar wat verbindt ons nog met de gemeenschap? Wat laten we na voor wie na ons komt? Soms lijkt het alsof we allemaal zwevende atomen zijn, losgezongen van elkaar.”


Je legt ook sterk de nadruk op de vorming van jongeren en op de belangrijke taak van het onderwijs.


“Als wij onze maatschappelijke weerbaarheid willen versterken, moeten we onze omgang met kennis en waarheid herstellen. Dat begint in het onderwijs, door in te zetten op kritisch denken en mediawijsheid. Veel jongeren hebben moeite om zin van onzin te onderscheiden, wat hen vatbaar maakt voor complotdenken. Ze begrijpen de complexiteit van de wereld niet altijd meer. Daarom moeten we hen leren om kritisch na te denken over de informatie die op hen afkomt, en daar de juiste tools voor aanreiken. Zeker nu artificiële intelligentie niet meer weg te denken is. 

 

Het jammere is dat het onderwijs vandaag sterk is ingericht vanuit een marktlogica. Wij leveren studenten af wier succes in het leven wordt afgemeten aan het economisch rendement. Dat leidt tot erosie van ons democratisch bestel. Onderwijs moet opnieuw de motor zijn voor het vormen van volwaardige, mondige en kritische burgers.”

 

ONDERSCHEIDINGSVERMOGEN

 

“We hebben ooit de fout gemaakt om de focus bij kennis te leggen op hoeveelheid. Wij dachten: hoe meer kennis mensen bezitten, hoe democratischer het wordt. Maar heden worden we wakker in een wereld waar iedereen toegang heeft tot informatie, en tegelijk zijn we nog nooit zo vatbaar gebleken voor simplistische discours. De focus moet daarom verschuiven naar het leren ordenen en structureren van kennis. Wat heb je aan gratis toegang tot een wereldbibliotheek als je geen meesterwerk van pulp kunt onderscheiden? We moeten kennis en waarheid opnieuw gaan valoriseren, vooral in het onderwijs.

 

Jongeren worden bovendien niet geboren als democraat. We moeten hen democratische geletterdheid bijbrengen, en onderwijs kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. We hebben nu een generatie jongeren die is opgegroeid in een relatief vreedzame samenleving, en weinig geconfronteerd werd met de duistere kant van Europa. Veel mensen gaan ervan uit dat de waarden die ons toelaten hier in alle diversiteit samen te leven een verworvenheid zijn, maar dat is niet zo.

 

Investeren in de sociale mix op scholen kan daarbij een grote hulp zijn. Als kinderen op jonge leeftijd al met elkaars leefwereld in contact komen, vermindert dat de kans op vooroordelen. Als ze elkaar spontaan ontmoeten op de speelplaats, elkaars cultuur en tradities leren kennen, wordt het makkelijker om als volwassenen respect voor elkaar te tonen en te begrijpen waar diversiteit werkelijk over gaat.”

 

HOOPVOL

 

Soms heb ik het gevoel dat we in Europa weer op zo’n duistere episode afstevenen. De huidige verdeeldheid lijkt me een kruitvat te zijn dat elk moment kan ontploffen. Hoe kijkt u daarnaar? Bent u hoopvoller?

 

“Als je naar de geschiedenis kijkt, dan zie je dat polarisatie meestal niet vanzelf stopt, maar toewerkt naar een kookpunt. De vraag is: wat zal dat kookpunt zijn? Zullen we erin slagen het gezond verstand te bewaren en ons te blijven houden aan de democratische spelregels? Dat zou betekenen dat we botsen en misschien zelfs crashen, maar dat het nooit zal uitmonden in geweld of burgeroorlogen. Mijn hoop is dat het nooit zover komt.

 

Tegelijk zie je vandaag al kleine signalen die hoop geven. Ik ben bijvoorbeeld voorzichtig positief over de verkiezingen in Nederland, waar centrumpartijen niet zo slecht scoorden. Ook in de bredere samenleving merk ik een groeiende roep naar ernstigere, verantwoordelijkere bestuurders. Politici zullen die rol waardiger moeten opnemen. Dat zal de ruimte voor populisme verkleinen.

 

Het centrum is al lange tijd verzwakt, en dat heeft geleid tot een vicieuze cirkel. Wanneer het centrum geen antwoorden meer biedt op de problemen van mensen, stemmen zij op de extremen. Maar door dat te doen, wordt het centrum nog kleiner. Zo beland je in een negatieve spiraal. Toch heb ik het gevoel dat er een kentering aankomt.”

 

HEFT IN EIGEN HANDEN

 

“Ik hoop vooral dat we hierbij niet alleen naar de politiek kijken, maar ook zelf opnieuw het heft in handen nemen. Wij leggen ons lot te vaak volledig in handen van de overheid, terwijl wij opnieuw moeten investeren in de collectieve kracht van onze gemeenschap. Elkaar vaker opzoeken. Dat begint soms met heel kleine dingen: samen een moestuin aanleggen, deelauto-initiatieven, buurtcoöperaties, samen je wijk beheren, vrijwilligerswerk doen. Kleinere initiatieven die het gevoel herstellen dat we iets delen, dat we een gezamenlijke lotsbestemming hebben. Daar geloof ik sterk in.

 

De individualisering van onze samenleving is paradoxaal. Ze heeft uiteindelijk geleid tot een steeds grotere overheid, die zich is gaan moeien met alle uithoeken van ons bestaan. Hoe zelfstandiger we willen zijn, hoe groter die overheid blijkbaar wordt. Zolang alles goed gaat, willen mensen autonoom en vrij zijn. Maar als het slecht gaat, verwachten ze een overheid die klaarstaat om alle problemen op te lossen.”

 

Heeft dat ook te maken met het feit dat wij, naast het gebrek aan een gedeelde waarheid, ook gedeelde waardenlijken te ontberen?

 

“Een gezonde samenleving is altijd een combinatie van sociale normen en juridische normen. Sociale normen ontstaan binnen de samenleving zelf en daarnaast heb je een overheid die een aantal spelregels vastlegt. Religie was vroeger de belangrijkste leverancier van sociale normen. Ze bood, met als referentiepunten God en de Bijbel, een moreel houvast, een waarheid waar mensen zich aan konden spiegelen.


Vandaag speelt religie die rol nauwelijks nog, en bouwen we een samenleving op die bijna uitsluitend steunt op juridische regels. Onze wetboeken worden steeds dikker, terwijl de sociale cohesie afneemt.


Wij beleven een crisis van de waarheid. Na een periode waarin de katholieke kerk de machtsorde bepaalde, kwam de Verlichting, die de ratio, de redelijkheid en het wetenschappelijke onderzoek vierde. Met de opkomst van het postmodernisme werd die waarheidsclaim in vraag gesteld. De waarheid moest inclusiever worden en niet langer uitsluitend vertrekken vanuit patriarchale, heteronormatieve, cisgender, normatieve, koloniale of christelijke kaders. Een nobel streven, maar het heeft ons in een tijdperk gebracht van ‘ieder zijn waarheid’ — waarin perspectieven worden voorgesteld als feiten.

 

Die crisis van de waarheid heeft geleid tot een vertrouwenscrisis. Mensen vertrouwen instituten zoals de media, de politiek, de rechtspraak en het onderwijs steeds minder. Dit alles staat op losse schroeven en heeft het sociale weefsel van onze samenleving ernstig verzwakt. Het heeft van de waarheid een sociaal construct gemaakt, die de weg heeft geopend naar economische machtsverhoudingen. Vandaag lijkt te gelden: wie het meest betaalt, bepaalt.”

 

A SENSE OF BELONGING

 

Komt daar nog bij dat we in een tijd leven waarin de luidste roepers — aan de uitersten van het spectrum — het meest gehoord worden, terwijl zij waarschijnlijk slechts een minderheid vertegenwoordigen? Uw boek drukt het verlangen uit om weer een stem geven aan die stille meerderheid in het midden.

 

“Veel mensen zijn niet zo uitgesproken, denken langer en dieper na, maar laten zich minder horen. Wie je wel hoort, zijn vaak zij die snel reageren, weinig reflecteren en vooral lezen om te reageren. We luisteren niet meer om te leren, maar om te weerleggen.

 

Dat heeft ook een temporele en zelfs een neurologische component. Onze hersenen beschikken over twee systemen: een snel, reactief systeem, en een trager, analytisch systeem dat steeds minder wordt aangesproken. Het gevolg is een overvloed aan vlugge en oppervlakkige meningen, die snel omslaan in frustratie en vijandschap.

 

De Deense filosoof Kierkegaard schreef al in 1836 dat hij het merkwaardig vond dat mensen zo weinig gebruikmaken van hun vrijheid om te denken, terwijl ze massaal de vrijheid van meningsuiting opeisen. We leven vandaag opvallend dicht bij die observatie.”

 

Waarom is het voor zoveel mensen makkelijker om snel een kamp te kiezen dan om twijfel toe te laten en het ‘niet-weten’ te verdragen?

 

“In tijden als de onze, waarin mensen allerlei verlieservaringen kennen en er weinig perspectief is op een betere toekomst, slaat de onzekerheid toe. In die onzekerheid zoeken mensen een veilige plek. Kiezen voor één kamp, voor polarisatie, is eenvoudiger dan omgaan met complexiteit.

 

Stel dat je met een ander spreekt die mooie inzichten heeft, en die doen de jouwe wankelen, dan moet je loskomen van je kamp. Dat is moeilijk, omdat het niet alleen om ideeën gaat, maar ook om identiteit en verbondenheid. De inhoud van de ideeën is soms zelfs minder belangrijk dan het gevoel ergens bij te horen — een sense of belonging.

 

Uiteindelijk draait het om het groepsgevoel: wij tegenover zij, wij tegenover de ander. Dat maakt de eigen identiteit duidelijker. Je definieert jezelf door je te onderscheiden van iets. ‘Ik ben man omdat ik geen vrouw ben’ is eenvoudiger dan erkennen dat identiteit een spectrum is en dat er ook grijze zones zijn. Binaire wereldbeelden werken makkelijk, maar binair denken is polarisatie.”

 

BINAIR DENKEN LOSLATEN

 

“Wie wil loskomen van polarisatie, moet ook het binaire denken durven loslaten. En dat kunnen wij in het Westen héél moeilijk. Sinds de Verlichting heeft het individu zich losgemaakt van de gemeenschap, om het unieke in zichzelf te benadrukken.

 

In Afrikaanse tradities daarentegen bestaat het begrip ‘Ubuntu’: ‘ik ben omdat wij zijn’. Identiteit wordt daar niet geconstrueerd door zich te onderscheiden van iets, maar in relatie tot anderen.

 

We zouden vaker naar andere tradities moeten kijken om ons westerse denken onder de loep te nemen. Niet alles wat we hier opgebouwd hebben, is even gunstig. Op het materiële vlak misschien wel, maar tegen welke prijs? Denk aan ons mentale welzijn, de psychosociale klachten, de schade aan de natuur. In Zuid-Amerika kent men het principe van Sumak Kawsay, ‘het goede leven’:  leven in harmonie met jezelf, de medemens, de gemeenschap en de natuur. Niet dat je drie dure bolides voor de deur hebt staan. Misschien moeten we onze definitie van geluk herzien, zodat we er mentaal niet meteen aan onderdoor gaan wanneer economische zekerheden wankelen.”

 

BRUGGENBOUWER

 

Zijn er momenten waarop u merkt dat u zelf vervalt in gepolariseerd denken?

 

“Zeker. Soms heeft dat zelfs een functie. In mijn boek beschrijf ik de vier rollen die mensen kunnen innemen bij polarisatie: de stille meerderheid, de cynicus, de bruggenbouwer en de hypergeëngageerde burger. Soms neem ik die laatste rol bewust op, uit noodzaak. Bijvoorbeeld wanneer ik binnen mijn eigen gemeenschap vastgeroeste patronen wil doorbreken. Dan moet je tegen de schenen durven te schoppen en soms activistisch of militant zijn.

 

Daarom zeg ik ook dat polarisatie een kracht kan zijn. In de geschiedenis is het vaak een motor geweest van vooruitgang. De vrouw en de man die op de barricaden stonden voor vrouwenrechten, werden in hun tijd gepercipieerd als polariserend. Maar het is dankzij hen dat vrouwen stemrecht en gelijke rechten hebben verworven.

 

Je constant neerleggen bij de status quo is geen oplossing. Er is ongelijkheid, er zijn groepen die uit de boot vallen, er zijn mensen die gevaarlijke ideeën verspreiden en dat mag je blijven benoemen. De stille meerderheid, die mag niet altijd stil zijn. Zwijgen is niet altijd een optie.

 

Soms ben ik dus de hypergeëngageerde burger, maar op andere momenten neem ik bewust de rol op van bruggenbouwer: gematigder, zoekend naar verbinding tussen perspectieven en gemeenschappen. Hier is veel kracht en uithouding voor nodig, want beide extremen zien je niet graag komen.”

 

Waar haalt u de energie om dit vol te houden?

 

“Uit alle mooie verhalen. Mensen die aangeven dat mijn woorden hen hebben geraakt of geïnspireerd. Tegelijk leer ik minstens evenveel van hen. De interactie met het publiek, op de plekken waar ik ga spreken, is bijzonder voedend.

 

Ik zie ook hoeveel mooie initiatieven mensen in hun buurt of stad opstarten, soms mede door mijn woorden of toedoen. En dat geeft hoop, in tegenstelling tot de somberheid die in de media vaak domineert. De realiteit zoals hij is, maar die misschien minder aan bod komt. Daar haal ik veel kracht uit.”

 

GEWORTELD IN GELOOF

 

Welke plek heeft uw geloof daarin?

 

“Eigenlijk vertrekt alles wat ik doe vanuit dat spirituele kader. Ik ga niet in elke zin zeggen: kijk, ik ben moslim, kijk naar mij. Ik hoef dat niet voortdurend expliciet te benoemen. Maar mijn waarden, mijn handelen en mijn engagement, zijn diep geworteld in mijn geloof. Het is iets wat heel diep vanbinnen zit en waar ik altijd op kan terugvallen op het moment dat ik het moeilijk heb.”

 

En nu beginnen uw ogen te glinsteren.

 

“Ja, dat is voor mij een zegen. Het besef dat rationaliteit en maakbaarheid hun limieten hebben. Dat er iets is voorbij het individu beschermt mij ook tegen hybris, tegen overmoed.

 

Als je voorbij jezelf niets hebt, dan word je de afgod van jezelf. Dat wil ik vermijden. Aan het einde van de dag wil ik nog altijd een kleine mens zijn, die in de ogen van God eigenlijk niet zoveel voorstelt en die ook maar een kleine schakel is in heel dit universum. Die ten dienste staat van alles en iedereen. Een passant in deze wereld, die straks weer zal verdwijnen, zoals iedereen. En dat idee van de vergankelijkheid en de kortstondigheid van het bestaan, zorgt ervoor dat ik met een zekere nuchterheid door het leven ga.”

 

Ik vraag me af hoe deze maatschappij de weg kan terugvinden naar een gedeeld waardenkader, zonder een gedeeld geloofskader?

 

“Ja, ik heb nog geen moraalfilosofie gevonden die even breed en allesomvattend is als de praktische moraal die het geloof aanreikt. Tegelijk zijn we het stadium voorbij waarin een moraal van bovenaf kan worden opgelegd.


Als iemand individueel kiest om zijn leven te richten naar een geloofskader, is dat zijn of haar vrijheid. Maar als fundament voor het samenleven zal dat niet meer werken, zeker niet in Europa. We zullen op zoek moeten naar een nieuwe moraal, en die zal van onderuit moeten groeien: via gemeenschappen, gesprekken en een nieuw gedeeld narratief.”

---

 

Hoe kunnen professionals omgaan met polarisatie?

Een aantal tips van Khalid Benhaddou

 

·      Probeer de verzuchtingen van de ander altijd ernstig te nemen, en gebruik een respectvolle toon

·      Richt je op de stille meerderheid, niet op de luidste uitersten

·      Zoek waar het écht over gaat (bijvoorbeeld: gaat het om racisme of zit er iets diepers onder?)

·      Focus op praktische toepassingen in plaats van eindeloze ideologische debatten

·      Hanteer het NOOZO-principe (Niets Over Ons Zonder Ons): zorg voor participatie en co-creatie vanaf het begin

·      Reflecteer over je eigen grondhouding en wees bewust van je eigen reflexen en grenzen. Probeer je eigen overtuigingen niet op anderen te projecteren.

 

 

BIO

 

Khalid Benhaddou is theoloog, auteur en publiek denker die zich al jaren inzet voor dialoog en verbinding. Als veelgevraagd spreker en opiniemaker onderzoekt hij hoe verschillen in overtuiging kunnen botsen zonder te ontsporen. Hij combineert maatschappelijke analyse met ethische en spirituele reflectie in een veelheid aan functies, waaronder opdrachthouder Diversiteit en Inclusie aan de UGent, directeur van CIRRA (Vlaams expertisecentrum rond levensbeschouwing en diversiteit), coördinator van het Netwerk Islamexperten, lid van het ethisch comité van Wit-Gele Kruis Vlaanderen en het ethisch comité van Koning Boudewijnstichting .

 

___


Polarisatie: kracht of gevaar?

Pelckmans Uitgevers

ISBN 978-94-6234-747-2


(dit interview verscheen eerder in Psychologies magazine)

Opmerkingen


Volg mij

  • Instagram
  • Facebook
  • Linkedin

Schrijf je in op mijn nieuwsbrief

Dankjewel!

bottom of page