top of page

Nu de maskers vallen en de sluier scheurt

  • Foto van schrijver: Annelies Vanbelle
    Annelies Vanbelle
  • 2 uur geleden
  • 5 minuten om te lezen

Over machtsmisbruik, gewetenloze patronen en dit belangrijke maatschappelijke keerpunt



Lang heb ik gedroomd van dit momentum: het ogenblik waarop alle pus der mensheid uit de donkerste krochten naar boven wordt gestuwd: machtsmisbruik, grensoverschrijdend gedrag en allerlei destructieve dynamieken. Ik geloof immers — al vele jaren — dat dit de weg is naar een wereld waar wijsheid en diepgewortelde moraliteit de richting aanwijzen: het steeds beter leren detecteren van destructieve patronen, gaande van narcisme tot psychopathie en alles ertussenin.

 

Zolang niet genoeg mensen hier een scherpe radar voor ontwikkelen, zullen op vele topposities figuren blijven zitten die minder last hebben van hun geweten dan de gemiddelde mens. Een narcist kan nog connectie maken met zijn geweten (al is dat vaak selectief); voor een psychopaat is dit sowieso een blinde vlek. De ‘zuiverende energie’ is collectief momenteel zo sterk, dat deze kenmerken moeilijker kunnen blijven bestaan zonder opgemerkt te worden, en dat maakt mij oprecht blij.

 

Nu wordt veel naar boven gestuwd, met de Epstein-files voorop, en uitwaaierende rimpelingen over de hele wereld. Je voelt een collectieve beweging doorheen de aderen van de samenleving kolken. Ik hoopte hierop, maar geloofde nooit dat het met deze omvang zou gebeuren.

 

Het zijn overigens de vrouwen die heden het voortouw nemen, die zeggen: “Nu is het genoeg.” De demarche van Soundos El Ahmadi in De Afspraak was een voorbeeld, maar overal zie je vrouwen kracht herwinnen en spreken, en ik vind het prachtig om te zien.

 

Zelf heb ik ook mijn aandeel gekend aan grensoverschrijding en machtsmisbruik, meestal door mannen die enkele centimeters tot vele mijlen over de schreef gingen, enkele luttele keren ook een vrouw in een machtspositie. Al deze ervaringen kwamen — gek genoeg — de voorbije weken als één grote golf die loutering vroeg naar boven drijven in mijn bewustzijn.


Al die momenten dat ik gezwegen heb toen het eigenlijk niet goed voelde. Al die keren dat ik de grens voelde, maar ze niet durfde uit te spreken. Al die keren dat ik meeging in iets dat eigenlijk een morele smet naliet op mijn wezen.

 

Bedwelmd publiek

 

Narcisme en psychopathie lijken in de praktijk vaker voor te komen bij mannen. Dat heeft historische en structurele redenen: er zijn altijd meer mannen op machtsposities geweest en dit is nog steeds zo. En macht corrumpeert nu eenmaal. Als vrouwen zich ‘toxisch’ gedragen, gebeurt dit meestal op andere, meer slinkse manieren. Minder fysiek of seksueel dominant, maar daarom niet minder schadelijk. Het probleem is uiteindelijk (los van geslacht) macht zonder gewetensontwikkeling.

 

Ik heb ze allemaal zien passeren: de goeroe die achter de schermen minder heilig was dan hij leek uit te schijnen, de publieke held die privé destructieve sporen naliet, de journalist die ethisch verantwoorde columns pent, maar in persoonlijke relaties weinig zelfreflectie toont. Ze zijn er in alle gelederen, in elk domein, in elke functie met macht en aanzien.


En wat zien we dan vaak? Een bedwelmd publiek dat niet doorziet en aanbidt, dat op een of andere manier geen sensor heeft voor de manipulatie. Terwijl de vaak vrouwelijke slachtoffers kwijnend thuiszitten, niet durven te spreken uit vrees om niet geloofd te worden of weggezet te worden als hysterisch.

 

En de mannen? Die zwijgen soms ook. Omdat ze de impact op vrouwen niet volledig snappen, en meestal ook ‘blind’ zijn voor toxisch gedrag van hun kompanen. De ‘bro code’ speelt hen soms meer parten dan ze beseffen: “Het is toch zo’n leukerd waar ik graag een glas mee drink, ik zie niet wat het probleem is?”

 

Het probleem is: dat we er collectief te lang van weggekeken en over gezwegen hebben, en dat de tijd nu eindelijk rijp lijkt om dat niet meer te doen.

 

Weg naar echt herstel


Toch blijf ik met vragen zitten. We kunnen wel steeds beter worden in het herkennen en benoemen van destructieve dynamieken en machtsmisbruik, maar hoe pakken we dat als maatschappij aan? Op een spiritueel wijze en moreel verantwoorde manier?


Van auteur Henk Coudenys, leerde ik hoe het komt dat destructieve persoonlijkheden vandaag zo vrij spel krijgen: ze verleggen voortdurend hun speelveld. In vroegere, kleinere gemeenschappen was dat moeilijker. Iemand die systematisch egocentrisch of opportunistisch gedrag vertoonde, werd er sneller door de groep uitgefilterd, begrensd en gecorrigeerd. Nu, doordat we deels in een virtuele wereld leven, is die filter er nauwelijks. Iemand kan op het publieke forum een moreel voorbeeld lijken en thuis destructief handelen.


Maar wat moeten we dan wél doen? De gerechtelijke weg voldoet niet altijd, is soms ontoereikend of simpelweg niet haalbaar. Publieke naamgeving buiten een juridisch kader roept voor mij complexe ethische vragen op. Ook publieke beschuldigingen via sociale media vragen naar mijn gevoel bijzondere zorgvuldigheid.


Hoe pak je het aan zodat er ‘herstel’ kan komen in de groep, emotioneel, psychologisch en zelfs energetisch? Want je kunt iemand publiek ontmaskeren, maar hoe moet het dan verder? Hoe kan er broodnodige bescherming en herstel voor het slachtoffer komen? Hoe kan de destructieve persoon blijvend begrensd worden en toch op een of andere manier terug functioneren in de maatschappij?


Misschien kunnen oude culturen ons wel inspireren. Hoe pakken oude, wijze beschavingen dit aan? Bij sommige inheemse volkeren werden kringgesprekken georganiseerd waarbij de gemeenschap collectief betrokken was. Het slachtoffer werd gehoord en de dader werd midden in de kring geplaatst. Niet om vernederd te worden maar om geconfronteerd te worden met de impact van zijn (of haar) daden. Dit met als doel herintegratie, mits opnemen van verantwoordelijkheid en echte erkenning van schuld.


Genuanceerde vragen


Een naam zomaar openbaar maken — zonder juridisch proces, zonder volledige context, zonder mogelijkheid tot herstel — kan aanvoelen als een definitieve publieke veroordeling. Iemand wordt in één beweging gereduceerd tot zijn donkerste daden. Vaak is dit onomkeerbaar en zijn zowel die persoon als zijn entourage voor het leven beschadigd. De maatschappelijke gevolgen daarvan zijn breed en ingrijpend. Definitieve sociale uitsluiting laat tevens weinig ruimte voor transformatie. Het verschuift het lijden, zonder noodzakelijk tot duurzaam herstel te leiden.


In een recent gesprek dat ik voor Psychologies had met Khalid Benhaddou werd nog een andere spanningslijn benoemd. Hoe dieper iemand gekwetst is, hoe meer moreel gewicht zijn of haar stem in de huidige tijd lijkt te krijgen. Slachtofferschap verleent begrijpelijkerwijs legitimiteit — pijn vraagt erkenning en bescherming — maar verwordt in sommige gevallen tot een identiteit die zelfs als politieke pasmunt wordt ingezet. Een argument dat vertrekt vanuit lijden voelt bijna onaantastbaar; wie het bevraagt, riskeert kil of ongevoelig te lijken. Uit angst om gecanceld te worden, kiezen velen dan maar voor stilte. Maar ook daar moeten we durven blijven reflecteren.


De vraag is dus niet: “Is misbruik erg?” Dat staat buiten kijf. Maar wel: geeft geleden onrecht een vrijgeleide voor elke vorm van publieke vergelding? Trauma geeft recht op spreken, op bescherming en op erkenning. Maar rechtvaardigt het ook elke vorm van volksgericht? Waar ligt de grens tussen spreken en onomkeerbare schade? Dat is de pertinente vraag die voor mij onder dit tijdperk van ontmaskering ligt.


We moeten dus samen reflecteren over hoe we als maatschappij misbruik naar het licht brengen, op een veilige en herstellende manier. Hoe omringen we slachtoffers? Hoe pakken we daders op een rechtvaardige, kordate en toch menselijke wijze aan? Hoe stellen we morele codes op die duurzaam gehandhaafd worden? Hoe voorkomen we meer slachtoffers zonder dat er eerst een onomkeerbare publieke veroordeling plaatsvindt? Hoe zorgen we dat er verantwoordelijkheid wordt opgenomen en herstel komt?


Op al deze vragen heb ik geen direct antwoord. Ik hoop echter dat we hier samen kunnen blijven naar zoeken, zonder in deze soms redeloze en ongenuanceerde age of feelings meteen in vingerwijzen en moddergevechten terecht te komen.


 

N.B. Ik wil hier expliciet vermelden dat ik veel heb gehad aan de boeken van Jan Storms (‘Destructieve relaties op de schop’) en van Henk Coudenys (‘Psychopathie en narcisme’) en aan het werk van Sam Vaknin.

 

 

Opmerkingen


Volg mij

  • Instagram
  • Facebook
  • Linkedin

Schrijf je in op mijn nieuwsbrief

Dankjewel!

bottom of page