"Er zit een hart onder mijn toga"
- Annelies Vanbelle

- 24 uur geleden
- 12 minuten om te lezen
Interview met strafpleiter zedenzaken Sanne De Clerck
Weinig themaās zorgen voor zoveel ophef Ć©n mediabelangstelling als zedenzaken. StrafpleiterĀ Sanne De Clerck (35)Ā weet dat als geen ander. In haar omgeving merkt ze hoe stevig de meningen vaak zijn, en precies daarom wil ze nuance brengen in een soms sterk gepolariseerd landschap. Dat doet ze in haar boekĀ U bent de eerste aan wie ik dit vertel, waarin ze het hart onder de toga laat zien, zonder de ernst van de feiten uit het oog te verliezen.
Ā
Interview Annelies Vanbelle
Ā

Met meer dan tien jaar ervaring in het strafrecht heeft Sanne De Clerck ondertussen een stevige reputatie opgebouwd. Ze verdedigde slachtoffers van de Brusselse terreuraanslagen, stond in de rechtszaal in de spraakmakende zaak rond voormalig voetbalanalistĀ Eddy Snelders, begeleidde het slachtoffer in het dossier rond de LeuvenseĀ student Gynaecologie en is de advocaat vanĀ professor Carl Devos in de zaak rond het boekĀ Academische Gezelligheid. Toch verbaast het haar telkens opnieuw hoe snel bepaalde dossiers een eigen leven gaan leiden in de media, en hoe vlug iemand aan de schandpaal wordt genageld, vaak zonder kennis van de feiten en omstandigheden.
Ā
Wat hier meespeelt is wat men de dagelijkse moral workout noemt. We lezen gretig over zedenzaken, klikken massaal op die artikels, smullen van de aandacht die donkerste kronkels van de mens krijgen in de media. Sanne De Clerck: āWe kijken afkeurend naar de fouten van anderen en geven onszelf daarbij een impliciet schouderklopje. Niet de feiten op zich zijn het belangrijkst, maar wel dat we onze eigen moraliteit hier tegenover kunnen zetten. We staan zo snel klaar om te oordelen en te veroordelen, tot het plots dichtbij komt. Elke dag stappen hier cliĆ«nten binnen op het kantoor die zichzelf jarenlang āmorele schouderklopjesā gaven, tot ze zelf in een situatie kwamen die niet okĆ© is. Voorzichtigheid lijkt me dus op zijn plaats.ā
Ā
Is dat een van de redenen waarom u dit boek wilde schrijven?
Ā
āHet was eigenlijk de uitgeverij die mij vroeg om dit boek te schrijven, maar ik ging graag in op de uitnodiging. Ik merkte hoe snel mensen klaarstaan met sterke meningen, niet alleen in de maatschappij maar ook in mijn eigen kring. Wat mij telkens treft, is hoe anders mijn kijk is, omdat ik achter de schermen van zedenzaken kan kijken. Het feit dat ik er dagelijks middenin zit, maakt toch wel een verschil. Een boek leek me een unieke kans om daar wat meer duiding over te geven. In een proces vertegenwoordig je altijd je cliĆ«nt, in een debat of programma is de tijd meestal beperkt, maar in een boek kan je stilstaan en echt context bieden. Zeker na de commotie rond enkele recente zedenzaken voelde ik dat het belangrijk was om te beschrijven hoe ik de praktijk ervaar. Ik hoop dat door meer duiding te verschaffen, er rond deze themaās meer nuance kan ontstaan.ā
Ā
Hoe wordt een jonge vrouw strafpleiter in voornamelijk zedenzaken?
Ā
āIk ben hier eigenlijk gaandeweg ingerold. Het was geen bewuste keuze voor zedenzaken. Natuurlijk bouw je er na verloop van tijd een expertise in op, waardoor je er ook meer en meer voor wordt gevraagd. Dat zal met dit boek allicht nog toenemen. Toch maken zedenzaken maar 50% uit van mijn werk. Ik werk als strafrechtadvocaat graag breed en gevarieerd, zowel daders als slachtoffers en heel uiteenlopende misdrijven, waaronder veel drugszaken. Ik beperk me wel tot het strafrecht, dus geen familie- of huurrecht.ā
Ā
Meer psycholoog dan strafpleiter
Ā
De titel van uw boek U bent de eerste aan wie ik dit vertel schetst meteen hoe bijzonder de relatie tussen een advocaat en een dader of slachtoffer is. Voelt u zich niet vaak psycholoog in de eerste plaats?
Ā
āIk heb deze titel gekozen omdat ik die zin heel vaak hoor in mijn kantoor. We krijgen in onze rechtenopleiding weinig psychologische bagage mee, en toch is het eerste gesprek hier vaak veel meer psychologisch dan juridisch. Mensen komen binnen in paniek en zeggen:Ā āIk zie het niet meer zitten, wat gaat er met mij gebeuren?āĀ Vaak vertellen ze voor het eerst over hun verleden, over wat ze hebben gedaan of meegemaakt. Ik moet dan genoeg vertrouwen creĆ«ren zodat cliĆ«nten hun verhaal durven te doen. Vaak sta ik ervan te kijken hoe zelfs al tijdens dat eerste gesprek zaken gedeeld worden die ze nog nooit met iemand gedeeld hebben.
Tegelijk ben ik hier in mijn kantoor vaak de eerste rechter: ik stel kritische vragen en ga pittige gesprekken niet uit de weg. āWat is je seksuele voorkeur?ā āHoe frequent kijk je porno?ā Enzvoort. CliĆ«nten moeten dat ook kunnen verdragen, want hetzelfde spervuur krijgen ze straks in de rechtszaal.ā
Ā
Verdedig je iedereen, ook zware daders die erg gruwelijke feiten hebben begaan?
Ā
āDat is een vraag die ik uiteraard geregeld krijg. En ik maak hierbij een heel belangrijk onderscheid: ik verdedig het individu, nooit de feiten. De persoon die om god weet welke reden zaken gedaan heeft die maatschappelijk of juridisch onaanvaardbaar zijn. Ik zal dus nooit een misdrijf goedpraten. En het betekent ook dat ik niet in elke zaak kostte wat kost voor vrijspraak zit te pleiten. Het is minder zwart-wit.
Als ik besluit iemand niet te verdedigen, dan heeft dat meer te maken met de interactie met de cliĆ«nt, dan met welke feiten hij of zij gepleegd heeft. Bijvoorbeeld wanneer iemand echt onredelijke verwachtingen heeft, of totaal niet tot inzicht te bewegen is, al komt dat zelden voor.ā
Ā
Traumaās zijn geen excuus
Ā
Je schrijft ook dat je door het werk met daders slachtoffers beter kunt bijstaan en vice versa?
Ā
āJa, dat is zo. Ik pleit soms ās ochtends voor een dader en ās middags voor slachtoffers. Die afwisseling vind ik gezond omdat je beide perspectieven leert kennen. Na al die jaren heb ik stilaan een idee van wat slachtoffers belangrijk vinden en wat voor hen echt een verschil kan maken. Ze zitten vaak met vragen:Ā Waarom ik? Waarom is mij dit overkomen?Ā Als je in een pleidooi voor een dader daar enig inzicht in kan geven, dan kan dat het verwerkingsproces van een slachtoffer ten goede komen.
Cruciaal is hierbij de voorgeschiedenis van de dader. Zedenmisdrijven komen meestal niet uit de lucht gevallen, al mogen het verleden of traumaās geen excuus zijn voor wat er gebeurd is. Dat in kaart brengen helpt mij echter om te begrijpen wat iemand gedreven heeft, Ć©n om te voorkomen dat het zich in de toekomst herhaalt. Daders tot meer inzicht en schuldbesef brengen zie ik daarbij ook als een belangrijke taak.ā
In uw boek schrijft u ook over terugkeer van delinquenten in de maatschappij. Wat als ze niet tot schuldinzicht te bewegen zijn of totaal geen geweten lijken te hebben?
āEerlijk: dat komt echt zelden voor. De meesten willen wĆ©l tot inzicht komen en werken aan zichzelf. Ik herinner me ƩƩn cliĆ«nt met een seksuele voorkeur voor minderjarigen bij wie ik aanvankelijk weinig schuldgevoel zag. Ik twijfelde of er beweging te krijgen zou zijn. Toch ben ik hem blijven bijstaan, juist omdat ik het wou begrijpen. Recentelijk zag ik deze cliĆ«nt recent, nadat hij jaren intensieve therapie had gekregen. En ik merkte dat hij er helemaal anders in stond dan vroeger.
Dat zedendelinquenten onverbeterlijk zijn is een misvatting. Het tegendeel maak ik elke dag mee. Veel cliĆ«nten zijn achteraf zelfs opgelucht dat ze tegen de lamp gelopen zijn. De schaamte hield hen jarenlang tegen om hulp te zoeken. Door de confrontatie komen ze eindelijk bij specialisten terecht die hen proberen te begrijpen en aan de slag gaan met hun soms volle rugzak vol jeugdtraumaās. Andere strafrechtadvocaten die met zedenzaken bezig zijn, bevestigen dit beeld.ā
We leven in een tijd waarin etiketten als ānarcismeā en ānarcistā snel worden gekleefd. Wat is uw visie daarop?
Ā
āIedereen heeft in meer of mindere mate narcistische trekken, dat zie je in elk psychiatrisch verslag. Maar dat betekent niet dat iemand per definitie een narcistische persoonlijkheidsstoornis of psychopathie heeft. Zoals ik al zei: dit betreft een hƩƩl klein aandeel van mijn cliĆ«nten.
Ik geloof in de maakbaarheid van de mens en weet ondertussen dat begeleiding en therapie ervoor kunnen zorgen dat fouten zich niet herhalen. Zoals Minne De Boeck van Stop it Now, een project ter preventie van kindermisbruik, het mooi verwoordt:Ā āJe kan de windrichting niet veranderen, maar je kan wel de kracht van de wind doen afnemenā.Ā Mensen met bepaalde problematieken of stoornissen zullen allicht altijd blijven worstelen, maar je kunt ze wel tools geven: hoe ga je ermee om, wat zijn je triggers, wat zijn je valkuilen? Dat is waar we echt op kunnen inzetten.ā
Ā
Hotel Gevangenis is een misvatting
Ā
Je hamert in je boek ook op de noodzaak aan doorgedreven begeleiding reeds tijdens de detentie, iets wat nu heel vaak ontbreekt.
Ā
āHelaas wel ja. De situatie in onze Belgische gevangenissen is schrijnend, een democratische rechtststaat onwaardig. BelgiĆ« is er ook al meermaals voor veroordeeld. De overbevolking, het gebrek aan personeel en begeleiding: je maakt mensen er mentaal alleen maar zieker van. Overal geldt hetzelfde: opsluiten, sleuteltje omdraaien, tijd afwachten en iemand terugsturen naar de samenleving. Terwijl je die periode ook zinvol zou kunnen gebruiken voor therapie. Natuurlijk, sommige delinquenten moeten tijdelijk uit de maatschappij worden gehaald, daar ben ik het mee eens. Maar als je mensen jarenlang mensonwaardig behandelt, ontwikkelen ze wrok. En dat maakt het risico groter dat ze zich daarna niet meer willen schikken naar het systeem.
De gevangenis werkt niet. Ze maakt mensen kapot. Annelies Verlinden zei dat gevangenissen ārecidivefabriekenā zijn en ze heeft gelijk. Het vergt politieke moed om het beleid te veranderen en te investeren. Het is gemakkelijk om te roepen dat er zwaardere straffen moeten komen, maar als je weet dat dat niet werkt, dan vind ik het de taak van politici om uit te leggen wat wĆ©l werkt. En dat opsluiting zonder goede begeleiding erg nefast is, dat is wetenschappelijk bewezen.ā
Ā
Je noemt in je boek Nederland en Noorwegen als voorbeeld van hoe het beter kan?
Ā
āInderdaad, in die landen zijn straf en zorg nauw met elkaar verweven. Men zit zijn straf niet passief uit, maar wordt begeleid, behandeld en stapsgewijs voorbereid op de terugkeer in de maatschappij. En dat werkt. We zien bijvoorbeeld in Nederland een recidivecijfer van 19% tegenover 60% in BelgiĆ«. En ja, dat kost geld. Maar je moet de volledige optelsom maken: als je criminaliteit kan verlagen door zoān aanpak, dan is dat de investering waard.ā
Ā
Dark number en grijze zones
Ā
Zedenzaken zijn heel delicaat. Veel cliƫnten twijfelen om aangifte te doen, soms jarenlang. De mogelijke media-aandacht speelt hen parten of simpelweg de angst om niet geloofd te worden. Toch is het belangrijk het misdrijf vast te leggen, alleen al omdat het belangrijk bewijs is als later andere slachtoffers opduiken van dezelfde dader.
Ā
Sanne De Clerck: āDe oprichting van de Zorgcentra Seksueel Geweld is hiertoe een goede zaak. Deze zijn verbonden aan universitaire ziekenhuizen en laten slachtoffers toe in een veilige omgeving hun verhaal te doen, in plaats van aan het loket in een politiekantoor. Er is een gespecialiseerde zedeninspecteur aanwezig, er zijn speciaal opgeleide verpleegkundigen, psychologische ondersteuning en waar nodig medisch en toxicologisch onderzoek. De drempel blijft hoog, maar toch kan het belangrijk zijn in die eerste dagen erna aangifte te doen, om het bewijs veilig te stellen. Mijn boodschap is daarom: ook als je twijfelt, ga zo snel mogelijk naar een zorgcentrum. Dan heb je het bewijs in handen voor het moment dat je er klaar voor bent. Maar helaas zal er altijd een aandeel slachtoffers zijn dat niet naar buiten komt. Zedenzaken kampen met serieuze onderrapportage.ā
Ā
Dit noemen we de ādark numberā, maar je hebt het in je boek ook over de grijze zone?
Ā
āDe grijze zone is iets helemaal anders. Ons rechtssysteem wil zwart-wit zijn, maar de realiteit is dat dingen soms niet zo helder liggen. Een voorbeeld: is iemand te dronken om toestemming te geven voor seks? Wat is te dronken? De wet definieert dat niet. De rechter moet dit finaal beoordelen, maar makkelijk is dit niet. Daarom is het goed dat er een maatschappelijk debat is. Wanneer ben je nog toerekeningsvatbaar als dader, wanneer geef je nog bewust toestemming als slachtoffer? Tussen ƩƩn glas wijn en in coma liggen van de drank, ligt een grijze zone. En daar worstelen we mee: waar leggen we de grens, en wat moeten de gevolgen zijn?
De zaak van de gynaecologiestudent in Leuven legde die vragen bloot. Wanneer is iets verkrachting, en wanneer spreken we misschien beter van āseks zonder geldige toestemmingā? Dat klinkt minder geladen, zonder te minimaliseren wat het slachtoffer meemaakte, want de nasleep kan ook daar heel heftig zijn. Het is een moeilijk debat met veel verschillende lagen, maar het moet gevoerd worden. Er is immers een groot verschil tussen iemand die doelbewust misbruik pleegt, en een avond tussen twee dronken jonge mensen die misloopt. En dit is geen uitzondering: ik kom wekelijks zulke dossiers tegen.ā
Ā
Doorslaande slingers?
Ā
Ligt dat aan de nasleep van de #metoo-beweging dat vrouwen toch mondiger zijn geworden als hun grenzen in het gedrang komen?
Ā
āEr wordt in deze tijd echt ingezet op slachtoffers hun verhaal te laten delen, wat een goede zaak is. De vraag is alleen: is een rechtbank altijd de beste plek om zulke situaties te beslechten? Zoān dossier moet misschien ook kijken naar bemiddeling: wat willen beide partijen? Is het wraakzucht of is het erkenning? En hoe moet die erkenning bekomen worden? Er zijn verschillende mogelijkheden, verschillende netwerken waar men beroep op kan doen.ā
Ā
Misschien is een rechtszaak nog altijd beter dan een boek schrijven? Ik denk dan bijvoorbeeld aan het boek Academische Gezelligheid van Hilde Van Liefferinge waarbij het nogal snel duidelijk werd dat hier professor Carl Devos geviseerd werd? Of aan de zaak rond Julie Cafmeyer die een boekje opendeed over Marc Verstappen?
Ā
āDe vrije meningsuiting staat hier tegenover het recht op privacy, wat tegen elkaar moet worden afgewogen. Men zegt dat slachtoffers gehoord moeten worden, en daar sta ik zeker achter. Maar de vraag is, in zulke situaties, wie bepaalt wie slachtoffer en wie dader is? En daar is bij uitstek een rechtbank goed geplaatst.
We leven momenteel in een samenleving waar een publieke beschuldiging, bijvoorbeeld via een literair product (waarin fictie en non-fictie worden verweven), haast automatisch een veroordeling wordt. De minste suggestie kan voldoende zijn om iemands reputatie niet alleen te beschadigen, maar zelfs compleet te vernietigen. Daar Ā blijf ik liever van weg. Als advocaat en als mens.
De situatie in BelgiĆ« is op dit vlak extra lastig. Want juridisch-technisch gaat het immers om een drukpersmisdrijf, wat onder het hof van assisen valt. Echter in de praktijk wordt dit zelden tot nooit vervolgd. Je hebt dus een soort van straffeloosheid. En daar zit een lacune in de wet.ā
Ā
Vergeet het monster
Ā
In je boek haal je zes mythes over verkrachting aan. Welk zou je er willen uitlichten?
Ā
āEĆ©n van die misvattingen is het stereotype van de onbekende, gewelddadige verkrachter. De enge pervert die in de bosjes zit te wachten om iemand van de fiets te rukken. Die uitzonderingen bestaan, maar veel vaker zijn het bekende daders: de nonkel, de vriend, de collega, de vriend, de buschauffeur... Of gewoon je eigen partner. Het is belangrijk hiervan bewust te zijn, ook naar preventie toe.
In mijn boek verwijs ik naar de Franse strafzaak tegen Dominique Pelicot. Bij de vijftig beklaagden die jarenlang GisĆØle misbruikten, zaten vooral heel gewone profielen: een leerkracht, een journalist, een brandweerman. Dat is ook hoe mijn cliĆ«nteel eruit ziet. Het zijn zeker niet allemaal mensen die aan de rand van de maatschappij staan.ā
Ā
Wat moeten we dan met de uitspraak āDe meeste mensen deugenā?
Ā
āIk hoop nog altijd dat ik daar ja op kan antwoorden. Maar ik denk dat er situaties zijn waarbij het danig fout kan lopen en waarbij mensen heel foute beslissingen nemen. Hoe dat dan komt, bijvoorbeeld in de zaak Pelicot, dat is voer voor psychologen of sociologen. Is het een groepsdynamiek? Hoe komt het dat die normen en waarden plots beginnen te schuiven? Dat je als mens in zoiets meegaat?ā
Ā
Hart onder de toga
Ā
Je schrijft in je boek dat onder je toga ook een hart zit. Hoe uit zich dat?
Ā
āMeer dan vroeger durf ik zacht te zijn en mee te voelen met de pijn van cliĆ«nten. Ik ben daarin wel geĆ«volueerd. In het begin was ik eigenlijk harder, omdat de advocatuur best concurrentieel en prestatiegericht is. Natuurlijk moet je wel een grens trekken. Als je van elke zaak wakker ligt, hou je dat niet vol. En wanneer ik mijn toga aantrek, dan is dat een soort schild. Ik kruip dan in mijn rol en functie.
Maar soms raakt een verhaal mij onverwacht, door een bepaalde herkenning, of een klik die ik met een cliĆ«nt heb, en dan ben ik niet te beroerd om dat te tonen.ā
Ā
Kun je zeggen welke zaak je het meest heeft geraakt de voorbije elf jaar?
Ā
āIn mijn boek heb ik veel aandacht besteed aan āhet meisje dat haar vader misteā. De moeder die haar dochtertje na jaren toelaat haar vader te bezoeken, ook al ging ze van deze man weg omdat hij zich zo toxisch gedroeg. Ze gunde haar kind een vader, maar dat liep heel verkeerd af, met zwaar misbruik tot gevolg.
Die zaak maakte een diepe indruk op me, omdat zowel het meisje als de moeder zo treffend konden verwoorden wat het met hen had gedaan. Het raakte iedereen, niet alleen mij, ook de rechter en de procureur. Op dat moment voelde ik hoe krachtig het is als slachtoffers zelf hun stem vinden, sterker dan eender welk pleidooi.ā
Ā
Bio
Sanne De Clerck (35) is strafadvocaat in Antwerpen en won in 2015 de eerste prijs op de internationale strafpleitwedstrijd in ās Hertogenbosch ā een erkenning van haar pleitvaardigheden en strategisch inzicht. Sinds 2021 leidt ze haar eigen nichekantoorĀ SUE AdvocatenĀ en treedt ze regelmatig op bij hetĀ Hof van AssisenĀ in spraakmakende strafdossiers. Daarnaast is ze actief als spreker en publiciste in strafrechtelijke fora (van ecocide tot seksueel strafrecht), en neemt ze haar maatschappelijke verantwoordelijkheid serieus als lid van deĀ Commissie van Toezicht en Klachtencommissie van de gevangenis van Antwerpen. Haar praktijk is breed ā van drugszaken tot milieurecht en witwassen ā en telkens met dezelfde persoonlijke, analytische benadering.
(eerder verschenen in Psychologies magazine)
















Opmerkingen