“Het is tijd dat we verschillen tussen mannen en vrouwen ernstig nemen.”

Mannen houden wel van een robbertje vechten, vrouwen blijven graag thuis om voor hun kinderen te zorgen, genderoperaties worden soms te snel uitgevoerd: het zijn geen populaire meningen die filosoof Griet Vandermassen vertolkt. In haar nieuwe boek Wie is er bang voor sekseverschillen? snijdt ze delicate kwesties aan rond geslacht en gender, seks en macht. Ze kiest resoluut voor de waarheid, geschraagd door de wetenschap, en durft al eens een heilig huisje met de grond gelijk te maken.

Griet Vandermassen lokt niet bewust controverse uit. Ze houdt van helderheid, van denken met precisie én met nuance. Net dat ontbreekt vandaag vaak in het debat. Zelfs wetenschappers worden beïnvloed door ideologie en maatschappelijke druk, waardoor ze bepaalde visies over sekseverschillen, biologie en gender niet meer durven te verkondigen. “Sommige vragen mogen gewoon niet gesteld worden”, zegt Griet Vandermassen. “Activisme komt tegenwoordig te vaak in de plaats van feiten. Wat als we de verschillen tussen mannen en vrouwen niet langer wegverklaren maar ernstig nemen?”
EVOLUTIONAIR FEMINISME
Je vertrekt vanuit de evolutionaire psychologie. Wat houdt die precies in?
“Het is een wetenschappelijke discipline die ervan uitgaat dat de manier waarop ons brein werkt, mee gestuurd wordt door honderdduizenden en zelfs miljoenen jaren evolutie via selectie. Net zoals andere soorten heeft ook de mens een typische natuur. Als we menselijk gedrag willen begrijpen, doen we dat dus best vanuit dat denkkader. Mannen en vrouwen verschillen, en de verschillen die je in onze soort ziet, zie je ook bij de meeste andere zoogdiersoorten.”
Klopt het dat jij jezelf een ‘evolutionair feminist’ noemt?
“Ja. Daarmee bedoel ik dat ik een feminist ben die erkent dat er een aantal inherente verschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Gemiddelde verschillen die biologisch geworteld zijn en het product zijn van onze evolutionaire voorgeschiedenis. Een goed feministisch project moet daar rekening mee houden, in plaats van ervan uit te gaan dat alle verschillen tussen mannen en vrouwen louter voortkomen uit cultuur, opvoeding of discriminatie.”
Dat we meer oog moeten hebben voor de biologische oorsprong van sekseverschillen, is dat de kern van je boodschap?
“Zeker. Ik heb het bijvoorbeeld over verschillen in interesses. Bij jongens en mannen zie je gemiddeld meer interesse in objecten en systemen, bij meisjes en vrouwen vaker een grotere interesse in mensen en levende materie. Dat heeft gevolgen voor studie- en beroepskeuzes. Het is belangrijk om te erkennen dat die interesses diepgeworteld zijn en ze op dezelfde manier te waarderen. Er zijn campagnes om meer meisjes naar de exacte wetenschappen te sturen, maar niet om meer jongens naar de zorg te krijgen. Hier zit een verwrongen beeld achter van wat waardevol is. Als maatschappij zouden we ervoor moeten zorgen dat die zachtere sectoren evenzeer gewaardeerd worden.”
Dat hangt natuurlijk ook samen met het feit dat de verloning in die sectoren niet echt in verhouding staat.
“Dat is inderdaad een signaal van een gebrek aan maatschappelijke appreciatie. Bij jongens speelt al snel de vraag mee: ga ik daar later veel mee verdienen? Heeft die job status? Ze kiezen hierdoor minder voor de zorg en het onderwijs, terwijl er wellicht een behoorlijk segment jongens is dat potentieel heeft voor deze sectoren. Het is ook goed voor jongens om mannelijke rolmodellen te hebben, zoals leraars, mentoren en therapeuten. Want zij pakken het vaak net iets praktischer en oplossingsgerichter aan dan vrouwen. Vrouwen zijn soms gericht op het eindeloos analyseren van hun emoties.”
Je haalt in je boek aan dat het niet mag doorslaan naar biologisch determinisme: het idee dat alles al bepaald is door onze natuur.
“Dwing mensen niet in een seksetypisch keurslijf, maar laat hen vrij om zich te ontwikkelen zoals ze zijn en om de keuzes te maken die zij belangrijk vinden. Tegelijk is ook de ‘genderneutrale mal’ waar sommige feministen naar streven — een fiftyfiftyverdeling van maatschappelijke taken en rollen — niet realistisch. Vanuit het evolutionaire feminisme gezien is dat een wereldvreemd ideaal. Mannen en vrouwen hebben gemiddeld andere interesses, en mannen zijn doorgaans meer monomaan carrièregericht.”
KINDERBOETE
Hoe creëren we een maatschappijmodel waarin vrouwen niet afgestraft worden voor de keuzes die zij maken?
“Je ziet vandaag nog steeds een sterke nadruk op het mannelijke denken: vrouwen moeten voltijds gaan werken, topfuncties nastreven, in bestuursraden zetelen. Dat kunnen we gerust aanmoedigen, maar je mag het niet voorstellen alsof het een mankement is wanneer vrouwen andere dingen belangrijker vinden. Waarden zoals zorgzaamheid en solidariteit houden de maatschappij evengoed draaiende.”
Een heel opvallend fenomeen is dat hoogopgeleide vrouwen, wanneer ze de keuze hebben, vaak kiezen voor deeltijds werk of stoppen met werken om voor de kinderen te zorgen.
“Ja. Enerzijds omdat ze vaak gehuwd zijn met een man die ook goed verdient, waardoor ze het zich financieel kunnen permitteren. Anderzijds omdat ze werken in sectoren met een zeer mannelijke arbeidscultuur, waarin verwacht wordt dat je zestig tot tachtig uur per week werkt en altijd beschikbaar bent. Dat lukt niet wanneer je een gezin hebt.
Economen noemen dat de ‘kinderboete’. Ik vind dat een heel cynische term, alsof kinderen een straf zijn, en thuisblijven of deeltijds werken keuzes zijn waar vrouwen toe gedwongen worden. Als vrouwen voltijds werken, is dat blijkbaar een echte keuze. Als ze deeltijds werken, kan dat geen echte keuze zijn en moet het opgedrongen zijn. Er zit een soort mal achter, ook binnen het feministische denken, van hoe vrouwen zouden moeten zijn om werkelijk bevrijd en geëmancipeerd te zijn.
Als ik na lezingen met vrouwen praat, hoor ik vaak iets anders. Hoogopgeleide vrouwen zeggen: ik ben helemaal geen slachtoffer, dit was een bewuste keuze. Ik ben thuisgebleven voor mijn kinderen en ik heb dat met veel liefde gedaan. Ik wil niet weggezet worden als iemand die onderdrukt is. Dat wekt veel ergernis op. Ik denk dat dat één van de redenen is waarom zo weinig vrouwen zich feminist noemen.”
SEKSUELE MOTIVATIE
In haar recente boek pleit Griet Vandermassen ook voor mildheid in het kijken naar hoe mannen en vrouwen verschillend omgaan met seksueel verlangen en partnerkeuze. Vanuit het feminisme wordt volgens haar soms snel geoordeeld over de voor vrouwen onbegrijpelijke acties van mannen. Maar ook die zijn vaak diepgeworteld in onze biologie. Ze verwijst naar een onderzoek waarbij vrouwen en mannen elk een bon kregen voor tien seksbeurten. Vrouwen kozen hierbij meestal voor één partner met wie ze tienmaal seks hadden, mannen voor een diversiteit aan partners.
Griet Vandermassen: “Dit is inderdaad een goed gedocumenteerd sekseverschil: de interesse in losse seks, waar mannen gemiddeld hoger op scoren dan vrouwen. Dat is evolutionair gezien niet vreemd. Vrouwen investeren biologisch meer in de voortplanting. Mannen kunnen in principe zaadjes afleveren en er weer vandoor gaan, terwijl een vrouw erg toegewijd moet zijn tijdens haar zwangerschap en de zorg voor haar jonge kind. Voor haar is het van belang te weten of een man bereid is goed voor haar en haar kinderen te zorgen. Die vrouwelijke seksuele selectiviteit is evolutionair voorspelbaar en goed aangetoond.”
Ook wat betreft grensoverschrijdend gedrag slaat men tegenwoordig nogal eens de bal mis, vind je?
“Seksueel grensoverschrijdend gedrag, zeker bij machtige mannen, wordt bijna uitsluitend verklaard vanuit de wil tot macht, het willen overheersen van een vrouw. Terwijl het evengoed kan zijn dat een man zijn machtspositie gebruikt vanuit een puur seksuele motivatie: niet om te domineren, maar om seks te krijgen. Die seksuele motivatie wordt vaak ontkend of zelfs niet vermeld.”
Mannen hebben het wel eens moeilijk om de signalen van vrouwen juist te interpreteren? Ze denken nogal snel dat vrouwen die gewoon vriendelijk zijn, flirten?
“Ja, en mannen zijn sneller geneigd dit te denken dan vrouwen. Vandaag wordt elke man die mogelijk te ver is gegaan al snel als een crimineel bestempeld. Het is heel moeilijk om over dergelijke zaken een genuanceerd gesprek te hebben. Men doet alsof alles te vatten is in duidelijke regels en afspraken, terwijl er vaak een grijze zone is, met zoeken, onzekerheid en fouten maken. Uiteraard heb ik het hier niet over mannen die zich fysiek opdringen.
Seksuele interactie is veel complexer dan een eenvoudig schema van ‘ja is ja’ en ‘nee is nee’. Er is vaak ambivalentie. Zowel mannen als vrouwen kunnen tegelijk wel willen en niet willen. Veel verloopt via lichaamstaal, en die is inherent meerduidig. Dat maakt het vatbaar voor misverstanden, maar het maakt het ook fijn. Die subtiliteit voorkomt dat je iemand expliciet moet afwijzen.
Het is een mijnenveld geworden. Je kan je voorstellen dat jongens en mannen heden ten dage niet meer weten hoe ze het moeten aanpakken. Tegelijk weten we dat veel vrouwen nog altijd graag hebben dat de man het initiatief neemt. Dan zit je met een patstelling: hoe kunnen mannen en vrouwen elkaar nog vinden? Digitale dating helpt daar niet bij. Het wordt tamelijk zielloos.”
PARTNERKEUZE EN PATRIARCHAAT
Een bijkomend euvel in het datinglandschap is het feit dat vrouwen vaak blijven kiezen voor een man met een hoger opleidingsniveau, en soms heel veeleisend zijn.
“Tja, feministen bekijken het soms zwartwit: er is het patriarchaat en vrouwen zijn daar het slachtoffer van. Maar hun eigen aandeel in dergelijke kwesties zien ze veel minder. Zoals het feit dat de partnerkeuze van vrouwen nog steeds bevestigend is voor dat patriarchaat. Machtige, succesvolle mannen worden eerder gekozen en dus bevestigd in hun rol.
Dat is van alle tijden en culturen. Goede krijgers en jagers hadden meer vrouwen en gezondere kinderen. Vrouwen bleven daarna selecteren op sociale status. Mannen weten dat ze meer seksuele aandacht krijgen van vrouwen als ze hoger op de sociale ladder staan. Vrouwen belonen dat gedrag dus mee.
We zouden een andere maatschappij krijgen als vrouwen andere keuzes maakten: kiezen voor mannen die niet ambitieus zijn, niet naar status streven of zich onderaan de sociale ladder bevinden. Maar dat zal allicht niet snel gebeuren. Zelfs bij zogenaamde ‘huismannen’ zie je dat ze toch hun vrouw trachten te imponeren op andere manieren en erg mannelijke dingen doen.”
GEZONDE MANNELIJKHEID
Is er in onze maatschappij genoeg aandacht voor gezonde mannelijkheid? Als jongetjes rolmodellen zoeken komen ze nogal snel bij figuren als Andrew Tate terecht die een toxische variant promoten.
“Als mannelijkheid in de media verschijnt, is dat vaak met een negatief beeld: mannen die knokken, drinken, roepen, overlast veroorzaken. Er is te weinig aandacht voor ‘heroïsche mannelijkheid’. Ik denk aan brandweerlui, politieagenten, militairen, mannen die hun risicobereidheid inzetten om anderen te beschermen en de gemeenschap te dienen. De positieve vormen zijn veel minder zichtbaar.
Ook fysieke competitie tussen jongens wordt vandaag vaak afkeurend benaderd. Er is ook gewoon minder ruimte voor dan vroeger. In dorpen trokken jongens eropuit, speelden wilde spelletjes, bouwden kampen, vormden ploegen en gingen de competitie aan. Vandaag kunnen ze mannelijke competitiedrang minder exploreren. Ook op de speelplaats wordt dat vaak afgekeurd. Scholen zijn vooral gericht op typisch ‘vrouwelijke’ kwaliteiten zoals samenwerking, terwijl je bij kleine jongetjes net ziet dat ze een intuïtieve drang hebben om te stoeien en te vechten.
Als we dit te snel demoniseren, doen we jongens tekort en uiteindelijk ook vrouwen. Jongens leren dan niet hoe ze die energie op een gezonde manier kunnen kanaliseren.”
Ligt de oorzaak hiervan ook niet in het onderwijs? Jongeren leren vandaag vooral dat ze respect moeten hebben voor de diversiteit aan geaardheden en genders, maar ze krijgen geen uitleg over wat gezonde vrouwelijkheid en mannelijkheid eigenlijk inhouden.
“Er is geen houvast meer. Je moet kinderen van vijf à zes jaar niet zeggen dat een jongen een meisje kan worden en een meisje een jongen. Dat is verwarrend en veel te vroeg. Je kunt wel zeggen dat er jongens bestaan die meisjesachtig zijn, of meisjes die jongensachtig zijn. Op latere leeftijd kan je fluïditeit uitleggen. Maar eerst is er nood aan structuur en duidelijkheid.
Alles wordt tegenwoordig meteen ideologisch gekaderd. Heel die focus op genderidentificatie lijkt bevrijdend maar belemmert eigenlijk de vrije ontwikkeling. Pubers moeten kunnen experimenteren. Als ze op elk moment bezig moeten zijn met zichzelf te definiëren en in een hokje te plaatsen, is dat beklemmend en vermoeiend.”
Er zijn tegenwoordig zelfs wetenschappers die beweren dat er meer dan twee geslachten zijn?
“Het ideologische kijken belemmert de waarheidsvinding in de hedendaagse wetenschap. De binariteit van geslacht is een voorbeeld. Ideologisch is dit niet welgevallig, dus gaan radicaal progressieve denkers de waarheid verdraaien. Men probeert geslacht voor te stellen als een spectrum. Dat klopt niet. Er is wel zoiets als intersekse, maar dat is geen derde geslacht.
Geslacht komt neer op een voortplantingsstrategie. Ofwel plant je je voort via de productie van een heel grote massa kleine geslachtscellen. Daar is een bepaald lichaamsontwerp rond gebouwd, en dat noemen we mannetjes. Ofwel via grote, voedzame geslachtscellen — eicellen — waarvan je er niet veel aanmaakt: vrouwtjes. Het is ofwel het één, ofwel het ander.
Biologisch geslacht is een belangrijke categorie, ook medisch. Een vrouwelijk lichaam functioneert anders dan een mannelijk lichaam, tot op celniveau. Vrouwen reageren anders op medicatie en zijn vatbaarder voor andere soorten mentale aandoeningen dan mannen. Dat moet je meenemen in onderzoek, wat nog veel te weinig gebeurt.”
FLUÏDITEIT
Kan het zijn dat men geslacht en gender verwart?
“Ja. Je moet onderscheid maken tussen biologisch geslacht en hoe iemand zich gedraagt of identificeert. Je kan perfect biologisch mannelijk zijn en toch de subjectieve ervaring hebben van vrouw-zijn. Het één sluit het ander niet uit.
Als het gaat over gender — mannelijkheid en vrouwelijkheid — is er wél veel variatie. Je hebt mannelijke meisjes en vrouwelijke jongens. Dat is meer zoals de bulten van een kameel: veel jongens zijn typisch jongensachtig, veel meisjes typisch meisjesachtig, maar er is veel fluïditeit. En dat is allemaal prima.
Maar als je alles op één hoop gooit, krijg je een verward debat waarin iedereen naast elkaar praat. Dat zorgt voor misverstanden, vijandigheid en polarisatie.”
Hoe komt het dat men zo een loopje neemt met de waarheid?
“Ik denk dat wetenschappers bezorgd zijn over onverdraagzaamheid tegenover transpersonen. Maar men moet onderscheid maken tussen feiten en waarden. Door de wetenschappelijke realiteit te verdraaien, verzwak je je positie. Je ondermijnt je geloofwaardigheid en geeft het speelveld aan mensen die hiermee aan de haal gaan, zoals extreemrechts.
Als je aan gewone mensen zegt dat er geen verschillen zijn tussen jongens en meisjes, dan weten de meesten, zeker als ze kinderen hebben: dat klopt gewoon niet. Zo drijf je mensen weg van de wetenschap. Die Trumpiaanse manier van denken, met alternatieve feiten en wetenschapsontkenning, zie je vandaag ook aan progressieve kant. Het speelt aan beide kanten, maar dan over andere onderwerpen.”
Het lijkt wel of het genuanceerde grijsgebied tegenwoordig niet meer bestaat? Welke mening je ook hebt, men wil je onmiddellijk als links of rechts situeren.
“Ik geloof wel dat er een groot middenveld is van mensen die genuanceerd denken, maar die uiten zich niet. Het zijn vooral radicale stemmen die debat kapen, aangezwengeld door algoritmes en sociale media. Dat zie je ook bij transpersonen. De meeste zijn helemaal niet radicaal, willen niet op de barricades staan, maar gewoon aanvaard worden. Die hoor je niet.
We leven in een vreemde wereld, en de slinger is ver doorgeslagen. Maar uiteindelijk zal dat zich wel weer corrigeren, denk ik. Misschien moet het eerst nog verder doorslaan voor we terug naar een meer normale toestand gaan.”
TERUG NAAR VOORZICHTIGHEID
Je bent dus hoopvol?
“Je ziet nu al tekenen van correctie. Zo heeft het Olympisch comité beslist om personen met een Y-chromosoom uit te sluiten van deelname aan de vrouwencategorie. Men heeft ingezien dat er een fundamenteel verschil is in atletische capaciteiten tussen biologische mannen en vrouwen. Het is geen probleem waar een elegante oplossing voor bestaat, maar het toont wel dat men bereid is om de biologische realiteit mee in rekening te nemen.
Ook in genderklinieken zie je die tendens. In verschillende landen, onder meer Scandinavische, is men voorzichtiger geworden met het toedienen van puberteitsremmers aan kinderen. Dat kan daar alleen nog in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Men beseft dat veel kinderen die worstelen met hun geslacht een voorbijgaande fase doormaken, of met andere problemen worstelen, zoals autisme of trauma.
Vanuit links-radicale hoek wordt dit snel weggezet als antitrans, terwijl men net probeert voorzichtig te zijn, volgens de hippocratische eed: allereerst niet schaden. Zeker wanneer het gaat om ingrepen met levenslange gevolgen bij kwetsbare kinderen.”
Gebeurt de screening op mogelijke onderliggende psychische problemen grondig genoeg?
“Het hangt af van centrum tot centrum. Sommige centra, zoals het UZ Gent, zijn voorzichtig. Andere, zoals bepaalde privéklinieken, werken losser. Soms zelfs zonder diepgaande psychologische evaluatie. Overigens mogen ook huisartsen in ons land puberteitsremmers voorschrijven. Dat vind ik niet kunnen.
Vaak zijn het natuurlijk hartverscheurende situaties. Jongeren die erg kwetsbaar zijn, die beweren te gaan breken met hun ouders als ze niet voor een transitie mogen kiezen. Ouders zeggen dan: ofwel doen we dit, ofwel verliezen we ons kind. Terwijl ze vaak weten dat er andere dingen spelen. Dat maakt het bijzonder complex.”
In je volgende boek ga je deze problematiek verder uitspitten?
“Het is een te delicaat thema en het moet zorgvuldig gebeuren, dus ik neem hiervoor ruimte in mijn volgende boek. Er is een grote toename van jongeren met genderdysforie, vooral meisjes met onderliggende mentale problemen. Plots willen ze geen meisje meer zijn. Maar wat blijkt: vaak willen ze vooral af van hun angst. Ze denken dat testosteron zal helpen, dat ze zich beter zullen voelen en aanvaard zullen worden. Maar als dat vervolgens niet gebeurt, ontstaan er drama’s.
Het duurt vijf à acht jaar voor eventuele spijt zichtbaar wordt. Dan zit je met een onomkeerbare situatie: niet meer zwanger kunnen worden, geen borstvoeding geven, niet meer kunnen genieten van seks. Meestal zijn deze mensen ook levenslang patiënt en zitten ze voor altijd aan de hormonen.”
Zouden bij de huidige toename ook biologische factoren kunnen spelen, bijvoorbeeld door hormonale verstoringen in het milieu?
“Dat is een hypothese die soms opduikt en verder onderzoek verdient. Maar voorlopig is dit niet hardgemaakt.”
EENZAAMHEID
Je meldt in je boek ook dat je door bepaalde visies soms alleen komt te staan in het intellectuele veld. Men durft je vanwege je opinies in het genderdebat wel eens weg te zetten als rechts of reactionair, terwijl je altijd links hebt gestemd. Je collega Patrick Loobuyck oppert in zijn boek In de ban van Wij en Zij dat dit het lot is dat ‘combinatiedenkers’ vaker te beurt valt: een zekere eenzaamheid. ‘Voor je het weet hoor je nergens meer bij’. Hoe ga je daarmee om?
“Soms is het heel eenzaam, maar ik krijg ook veel waardering. Mensen bedanken mij omdat ik verwoord wat ze intuïtief al lang voelen. Dat doet deugd.
Maar ik ben altijd een buitenstaander geweest. Meer iemand die observeert dan iemand die echt opgaat in een groep. Al moet ik zeggen dat de luttele keren dat ik wel groepsverbondenheid voelde heel fijn waren. De mens blijft een sociaal dier, hé? Het is allicht makkelijker om tot een groep te behoren, je ermee te identificeren en denkbeelden te delen. Maar goed, ik ga mezelf ook niet forceren. Het zal mijn aard zijn. Er hebben waarschijnlijk altijd mensen zoals ik bestaan.”
---
BIO GRIET VANDERMASSEN

Griet Vandermassen is germaniste en doctor in de wijsbegeerte. Op een interdisciplinaire manier verdiept ze zich in alles wat te maken heeft met sekse en gender, met bijzondere interesse voor de biologische en evolutionaire wetenschappen. Ze is auteur van Dames voor Darwin. Over feminisme en evolutietheorie (Houtekiet, 2019). Sinds 2020 is ze columniste bij De Standaard. In 2026 verscheen van haar Wie is er bang voor sekseverschillen?.
Wie is er bang voor sekseverschillen?, Griet Vandermassen, Uitgeverij Houtekiet, 2026.




Opmerkingen