Van de liefde en de kunst: Annelies Verbeke

Bij Annelies Verbeke val ik meteen met de deur in huis. Ik heb het gevoel dat dat wel kan, dat ze de kwesties die we vandaag zullen bespreken zelf al genoeg doorploegd heeft. Ik voel geen schroom bij haar. En ik voel me daardoor ook niet beschroomd om meteen deze cynische zin uit ‘Reus’ op tafel te gooien: “Je darmen legen is ook een wonder.” En dan meer bespiegelend: “Hoeveel mensen zetten kinderen op de wereld omdat ze er later spijt van zouden krijgen dat ze het nooit hadden gedaan, met het risico dat ze er spijt van zouden krijgen dat ze het ooit hadden gedaan?”

© Carmen De Vos

Rake klap. Meteen naar de kern van de kwestie. Hoe het dus met haar kinderwens zit, wil ik weten. “Het is iets waar ik door de jaren heen veel in geëvolueerd ben. Ik ben nooit iemand geweest die moederschap als het ultieme levensdoel zag, maar ik heb er veel over getwijfeld en nagedacht. Toen ik zeventien was, en om onbekende redenen een tijd niet menstrueerde, dacht ik even dat ik zwanger was. Ik zou dat kind hebben gehouden. Dan zou mijn leven wellicht totaal anders zijn verlopen, dan had ik nu een zoon of dochter van eenentwintig jaar en was ik altijd verbonden gebleven met de vader. Ik ben blij dat het toen niet zo bleek te zijn.

“Daarna schommelde ik wat heen en weer tussen wel en niet moeder worden, meestal dacht ik: toch maar niet. De manier waarop sommige andere vrouwen me hun kinderwens beschreven, bevreemdde me. Ik heb dat nooit zo heftig ervaren, als een absolute geestelijke en lichamelijke behoefte. Zwangerschap en borstvoeding geven, daar heb ik echt nooit naar verlangd. Een kind uit je lichaam persen, ik vind het wel een wonder hoor, een dat je met al die zoogdieren verbindt, fantastisch. Maar om dat nu zelf te gaan doen... Nee, dat meegemaakt te hebben zou toch nooit mijn motivatie kunnen zijn. Ik zag ouderschap altijd eerder als een existentiële kwestie. Wat niet betekent dat geen enkel lichamelijk aspect me zou bevallen.

Dat ik professioneel doe wat ik wil doen heeft daar mogelijk veel mee te maken, maar dat kun je ook omkeren: dat ik doe wat ik doe heeft voor mij van nature altijd meer voor de hand gelegen dan een gezin uitbouwen. In mijn vorige relatie werd ik uiteindelijk de vragende partij. Ik was dertig, misschien was de tijd ook rijp. Het is niet de reden waarom we uit elkaar zijn gegaan, maar misschien heeft het wel ergens meegespeeld.

“En toch was ik na die relatie blij dat we geen kind hadden samen. Dan kun je elkaar toch beter los laten, en plaats maken voor iets nieuws, je eigen pad verder volgen. Dat heb ik gedaan. Ik weet dat ik, toen ik een jaar of twintig was, het woord vrijheid eens heel bewust door mijn aderen voelde huppelen: jij kunt doen wat je wilt, juichte het in mij. Die vrijheid is relatief, natuurlijk, maar toch veel groter dan je je soms laat wijsmaken, of jezelf kunt wijsmaken. Iets van dat gevoel is altijd gebleven.

Nu vind ik mijn leven goed zoals het is. Ik ben samen met een man die zelf twee jonge kinderen heeft. Mijn man ziet ze vaker dan ik. De laatste vier jaar zijn ze om de twee weken hier van vrijdag tot zondag, en in de schoolvakanties meer. Ik was daar in het begin wat bang van maar ik vind het fantastisch. Men spreekt soms van ‘cadeaukinderen’, en voor mij zijn die kinderen ook echt een cadeau. Ik ben zo blij dat ze in mijn leven zijn. Ik vermaak hen niet enkel, ik beleef er ook zelf veel lol aan. En zeker: ook dat lichamelijke bevalt me, hoe ze me knuffelend te lijf gaan, dat ik hun haar kam. Ze leren me meer over de mens, en over liefde.”


Praktische noise

“Het moeilijkste aan de vraag ‘kinderen krijgen of niet’, vind ik dat we sinds de komst van de voorbehoedsmiddelen een keuze hebben. Het is nu echt een bewuste beslissing die je maakt, en daarom verbaast het mij dat nog steeds zo weinig mensen kiezen om geen kinderen te hebben. Terwijl zowat iedereen het erover eens is dat het leven niet gemakkelijk is. Dat het vol valstrikken zit, waardoor je doodongelukkig kunt worden. Sommige mensen hebben een opeenvolging van  pech in het leven, of een hoofd dat heel moeilijk om kan met mislukkingen, allemaal zaken waar men zelf weinig aan kan doen.

Mijn grootste bezwaar was daarom altijd een filosofisch bezwaar: kun je het iemand aandoen om hem of haar op de wereld te zetten? Ik vind het heel moeilijk om dat voor iemand anders te beslissen. Anderzijds: nu ik zelf erg geniet van het leven – ik vind eigenlijk dat ik in het leven enorm veel geluk heb – kijk ik positiever tegen de dingen aan. Tegelijkertijd ben ik bang om in het geluk dat ik nu ervaar grote veranderingen te gaan aanbrengen. En daarenboven blijft het feit dat ik een kind geen enkele garantie kan geven op geluk.”

Of het opslorpende beroep dat ze uitoefent - het schrijverschap - ook mee bepalend is voor haar beslissing, vraag ik. “Zeker, dat speelt mee. Alleen al omdat je door een kind te krijgen verandert. Het kind komt plots op de eerste plaats, niet langer je werk. Je draagt een verantwoordelijkheid. Ik denk dat het ook heel veel praktische noiseteweegbrengt in je hoofd, zo’n kind. Ik ben redelijk zorgend voor mensen, dus ik vermoed dat ik een goede moeder zou zijn. Maar of het dan niet ten koste zou gaan van mijn werk? Nu, soms zie je het wel goed gaan: de Frans-Senegalese schrijfster Marie NDiaye heeft vijf kinderen en zij is een sterke auteur en winnares van de Prix Goncourt. Er zijn meer voorbeelden.”

Concentratie, dat is misschien wel de sleutel tot dit alles. De voorbije jaren heeft Verbeke zoveel gereisd dat ze op allerlei plekken heeft leren schrijven. “Je kunt jezelf daarin trainen,” vindt ze, “Al schrijf ik reizend wel eerder korte verhalen en reisverhalen dan aan een roman. En als ik op een plek ben die ik nog niet ken, wil ik die plek in de eerste plaats ontdekken, met een blik die peilt naar wat interessant is om erover te schrijven, heerlijk is dat. Ik kan me ondertussen makkelijk afsluiten. Ik zit snel in de mindsetdie nodig is voor het schrijven. Ik heb een bepaalde routine gevonden, zit vele uren per dag achter mijn scherm. Soms moet ik me erheen slepen, maar ik weet dat het goed komt, eenmaal ik er zit - al zijn er ook wanhopige momenten.

“Nu, ik ben wel een workaholic, de voorbije jaren heb ik ontzettend veel gewerkt. Het feit dat ik geen kinderen heb, speelt hierin wel mee: misschien voel ik me sneller verplicht om opdrachten aan te nemen. Heel af en toe ga ik gewoon op vakantie, en kan ik simpelweg genieten. Ik kies misschien te weinig gewoon ‘voor mezelf’. Maar wat is dat ook? Het leven is geen plaatje in een lifestylemagazine. En al die wellness is behoorlijk saai. Ik sta graag in de wereld, ga op avontuur, wil leren, lezen, mijn verstand aanscherpen, mij verwonderen. En schrijven geeft mij een kick, ik schep er plezier in, en ook als ik er geen plezier in schep is het een noodzaak, ik ervaar het als een levenslang onderzoek naar het wezen van de mens. Als ik een tijdje niet schrijf word ik ongelukkig.”


Vrouwenliteratuur?

Of haar vrouw-zijn meespeelt in hoe ze als schrijfster onthaald wordt, daar moeten we het ook nog over hebben. Ze formuleert haar zinnen heel zorgvuldig, haar standpunten zijn helder. Er zit geen ruis op dit gesprek. Haast elke zin heeft zin. Over elk thema dat ik aanhaal heeft ze grondig nagedacht. Mocht dit een examen zijn, dan slaagde ze cum laude. Maar het is uiteraard geen examen, het is een gesprek met weerhaken. Vrouwen van deze generatie zijn immers aarzelend om vrouwenkwesties aan te snijden: het volbloed feminisme hebben we nu wel gehad. Niemand die nog een zuurpruim wil zijn.

Maar Verbeke probeert, omdat het – zo blijkt – allemaal nog steeds heel erg aan de orde is: “Als er een term is waar ik een hekel aan heb, dan is het ‘vrouwenliteratuur’. Dat heeft het bijsmaakje van ‘altijd over de liefde’, ‘zonder humor’, enzovoort. Ik vind niet dat ik daaraan beantwoord. En het is even denigrerend als het spreken over ‘homoliteratuur’ of ‘migrantenliteratuur’. Of 'wereldmuziek'. Beledigend, want het schept de illusie dat al deze categorietjes los staan van de echte ‘literatuur’, de echte 'muziek'. En die is dan van de westerse, blanke, heteroseksuele man. Die is normaal, de basis, en dan heb je die vreemde wezens die het ook graag eens willen proberen.

“Maar het is en blijft een heikel punt. Soms duiken initiatieven op waarin vrouwelijke auteurs zich willen verenigen om actie te voeren. Ik begrijp dat ze hiermee de beste bedoelingen hebben, maar het werkt volgens mij contraproductief. Door je af te zonderen maak je er weer een issue van. Ik denk niet dat dat de gelijkheid in de hand werkt. Dat kan me wel storen. Zelfs die vraag over ouderschap of niet, ik denk niet dat die voorbehouden moet zijn aan vrouwen. Het is geen issue waar vrouwen het patent op hebben.

“Maar het klopt dat er nog een lange weg te gaan is. Hoe vaak heeft men mij al niet gevraagd: ‘Hoe is het om als auteur een vrouw te zijn?’ Pas als je het omkeert: ‘Hoe is het om als auteur een man te zijn?’, besef je hoe potsierlijk deze vraag is. Bovendien – en dat zit in heel subtiele signalen – is mijn ervaring ook dat het als vrouw veel langer duurt voor je intellectueel serieus genomen wordt. Dan horen ze je plots bezig en zie je ze denken: ‘O, maar ze denkt na!’ of 'Tiens, die is eigenlijk wel grappig - of heb ik dat nu verkeerd begrepen?' Het is me meer dan een keer overkomen dat als ik over een klassieker begin te spreken die me trof, of een non-fictieboek van een socioloog of econoom of wetenschapper, dat ik dan de verblufte reactie krijg: 'Heb jij dat gelezen?' En ik ben een literair auteur. Nogmaals: lange weg.'


Een mannelijk brein

“Soms krijg ik van mannelijke collega’s ook de commentaar dat ik meer aandacht krijg doordat ik een vrouw ben. Ze kunnen gelijk hebben, maar toch maakt het me een beetje boos. Ik werk namelijk keihard en zet veel in op mijn persoonlijke ontwikkeling, tracht steeds uit mijn eigen hokjes te treden. Dat je als schrijvende vrouw makkelijker aandacht zou krijgen, wordt dan toch zeker in evenwicht gehouden door de vooringenomenheid waarmee je door velen wordt gelezen, ook door vrouwen, trouwens. En soms krijg ik te horen, ook van mannen en van vrouwen, dat ik voor iets gevraagd wordt 'omdat we toch ook nog een vrouw wilden'. Natuurlijk is dat lullig. Staar jullie toch niet blind op het geslacht, mensen, denk ik dan. Literatuur kan dat net overstijgen. De beste literatuur is androgyn van aard.

“Wat ik ook ondervonden heb in mijn omgeving is dat een feminist niet noodzakelijk een vrouw is. Ik ken mannen in mijn omgeving die heftiger geloven in en handelen naar gelijkheid dan bepaalde vrouwen. Zelfs daar kun je geen lijn in trekken. En door de jaren heen vind ik het ook steeds minder belangrijk, dat ik een vrouw ben. Je geslacht is maar een deeltje van je persoonlijkheid. Ik ben opgevoed door een vader die vond dat ik me intellectueel moest ontplooien en die ontgoocheld zou zijn als ik had gekozen voor een leven als huismoeder. Ik denk dat dat ook een rol speelt in hoe ik er tegenaan kijk.

“Ik heb altijd goed geweten wat ik wilde en dus niet veel tijd verloren met zoeken. Mijn carrière is een rechte lijn geweest. Met tegenslagen, zeker wel, maar ik ben telkens weer opgestaan omdat ik geloof in wat ik doe.

Ik denk dat voor veel vrouwen de kinderen komen op een moment dat hun carrière zich moet vormen. Die kinderen leiden de focus af. En er is ook een vorm van hang naar aandacht en bevestiging die misschien typisch vrouwelijk valt te noemen. Ik denk dat het een belangrijk moment is waarop een vrouw beseft: 'ik ben niet de allermooiste prinses en het meest begeerlijke wezen ter wereld, en daar heb ik vrede mee, nu ga ik mijn zin doen.' Bij sommige vrouwen komt dat moment nooit. Bij deed het dat wel, gepaard gaande met een grote liefde voor mezelf, en het grotere leven buiten mij. Grappig nevenverschijnsel daarbij is dat ik sinds het inzicht dat dat soort mannelijke aandacht niet belangrijk voor me is, veel meer aandacht krijg van mannen. Vind ik dan toch ook weer niet erg. Al vrees ik altijd voor de momenten waarop de mogelijkheid tot een relatie, een affaire of een potje neuken de vriendschappen met mannen in de weg gaat staat. Dat gebeurt wel eens, maar daar kom je als vrienden dan vaak toch ook wel weer overheen. Er moet ook een liefde tussen mensen mogelijk zijn die zich zondermeer kan verdiepen, toch?

Ik hoor soms dat ik een 'mannelijker brein' dan de doorsnee vrouw zou hebben, maar zie mezelf eerder als een parade van mensen: mannen, vrouwen en hermafrodieten van alle leeftijden, waarin soms de ene, dan de andere de leiding krijgt.

Esthetisch ben ik niet zo verfijnd als de meeste vrouwen. Ik kan er bijvoorbeeld totaal niet mee bezig zijn om mooie dingen te kopen voor mijn huis, het in te richten. Het zorgende, dat heb ik dan weer wel. Al ben ik, op enkele zeldzame manische flitsen na, een waardeloze huisvrouw, ik voel geregeld de behoefte om mensen voedsel in de mond te stoppen. Als je grenzen afbakent van wat mannen en vrouwelijk is, dan zit ik wellicht ergens tussenin. 'Mens' zou ik dat noemen.

“Dus ja, die focus niet verliezen, dat is denk ik zeer belangrijk. Iets wat in hoge mate misschien ook egoïstisch is. Maar ik troost me met de gedachte dat als je je eigen weg gaat, dat dat ook goed is voor andere mensen. Schrijven ligt voor mij in het brandpunt, en er is heel weinig dat me daarvan kan afleiden. Het is de constante in mijn leven. Misschien is kinderen krijgen wel het enige dat groter kan worden dan het schrijven, omdat het ook een stuk van jezelf is, en niet enkel mentaal, ook lijflijk.”


Houden van het verschil

De mannen. Nu ze er zelf over begint heb ik minder gêne om ernaar te vragen. Welke rol speelt de man in haar leven? Is het een artistieke ziel die haar aansteekt, of veeleer een ondersteunende kracht? En is ze een trouw hondje, of eentje dat uit nieuwsgierigheid overal gaat snuffelen?

“Ik ga zeker niet bewust op zoek naar een artistieke partner. Ik heb wel goede vrienden onder mannelijke auteurs, die ik niet zou willen missen. Ik ben er ook wel eens nieuwsgierig naar hoe het zou zijn om met een andere auteur samen te zijn. Je zou samen ook helse periodes doormaken, denk ik.

Door mijn werk bevind ik me behoorlijk vaak in artistieke milieus, en ik vind het belangrijk om ook met andere takken van de wereld in contact te blijven. Ik ben geïnteresseerd in datgene wat van mij verschilt. Die nieuwsgierigheid heeft me al bij heel verschillende mannen gebracht: van een dokter tot twee muzikanten - niet samen. En in politiek opzicht van behoorlijk rechts tot links. Voor dat rechtse zou ik nu geen geduld meer kunnen opbrengen op dagelijkse basis.

Op dit moment heb ik een zeer lieve, rustige man. Iemand die zichzelf graag ziet, die niet met een groot probleem zit waar hij nog door moet. Hij heeft lang van zijn muzikantenbestaan kunnen leven, maar is in België arbeider. Het is gewoon een fijne relatie. Voor mij komt dit op het goede moment. De verscheurende dingen heb ik nu wel gehad. 

“Vroeger was ik zelf ook moeilijker in relaties dan nu. Voor een partner is het zeker niet altijd gemakkelijk te begrijpen hoe belangrijk mijn werk voor me is, ook als hij me erom bewondert. Niet dat iemand me ooit al heeft gevraagd om minder te schrijven hoor – dat zou ik ook totaal niet kunnen – maar het vergt toch een zeker begrip. Nog zo’n strijdpunt in elk van mijn relaties: het huishouden. Ik sta erop dat we elk de helft van de rompslomp op ons nemen. Op dat vlak vind ik gelijkheid erg belangrijk. Maar het blijkt telkens een gevecht, en zelfs in deze tijden bijlange nog geen vanzelfsprekendheid.

“Bij elk van mijn relaties is het de bedoeling geweest dat ze bleven duren. Trouw is voor mij belangrijk, wat niet wil zeggen dat ik in alle relaties even trouw ben geweest. Als mensen samen kunnen zijn en elk ook met anderen kunnen vrijen, dan moeten zij dat vooral doen. Dat is ieders eigen zaak. Bij mij schept dat echter onrust. En die kan ik missen. Ik zie het ook bij de meeste mannelijke Vlaamse schrijvers die ik ken: ze hebben allemaal een standvastige vrouw die er voor hen is, relaties die lang blijven bestaan. Het cliché van de kunstenaar die frivool omspringt met de liefde en zich omringt met een keur aan muzes gaat hier alvast niet op.

“Zelf merk ik niet echt dat mijn schrijverschap dat effect heeft op mannen. Sommigen lijken een beetje bang van schrijvende vrouwen, vertrouwen het niet helemaal of voelen er bij voorbaat minachting voor. Er zijn er zeker anderen, maar voor die specifieke aandacht moet ik het niet doen. Ik krijg geregeld ook fijne reacties, van mannen en vrouwen - mijn publiek is heel gemengd - die echt op een of andere manier geraakt zijn door mijn werk. Schrijven is een vorm van communiceren. Als iemand je hoort en begrijpt, dan doet dat plezier. Dat is niet alleen voor auteurs zo, maar auteurs hebben heel zorgvuldig gewerkt aan wat ze willen zeggen.”


Dit artikel verscheen eerder op www.charliemag.be


‘Van de liefde en de kunst’ is een project van journalist Annelies A.A. Vanbelle en kunstfotografe Carmen De Vos waarbij intieme portretten gemaakt worden van artistieke mannen en vrouwen. Meer specifiek wordt gepeild naar hun visie op ouderschap in combinatie met kunst, hun visie op de liefde en hun omgang met man-vrouwissues in hun werkveld. De interviews verschenen op Charlie magazine en kwamen tot stand met een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap.

© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon