Van de liefde en de kunst: Jeroen Olyslaegers

Jeroen Olyslaegers (49), auteur


Hij omschrijft zichzelf als een wildeman die grofdradig is en uit slijk opgetrokken, maar ik vermoed achter zijn woeste vermomming een teer hart. In zijn nieuwe boek ‘WIL’ geuren mannen immers naar jasmijn en valt er ‘flauw blauw licht’ in de straten. Een gesprek met Jeroen Olyslaegers over zijn schrijverschap, zijn vaderschap, activisme en de allesomvattende liefde voor zijn vrouw Nikkie.


© Carmen De Vos

“Op basis van mijn Facebookstatussen denken mensen soms dat ik een ouwe brompot ben. Maar in real life ben ik veel genuanceerder. Ik voel zoveel liefde. Ik ben zelfs zeer optimistisch wat de toekomst betreft. Dit zijn heftige maar ook uiterst boeiende tijden. De monotheïstische religies beleven hun laatste stuiptrekkingen. Het katholicisme werd in een ijltempo van de kaart geveegd toen alle pedofilieschandalen aan het licht kwamen – de religie beet in haar eigen staart. Hetzelfde gebeurt met de islam. Uiteraard is het vreselijk wat IS allemaal aanricht, maar het is slechts de laatste decadente fase vooraleer ook deze exponent van het patriarchale denken zal verdwijnen.

“Er moet natuurlijk wat in de plaats komen, want nu is er een leemte. Nergens ter wereld is er zoveel depressie, worden er zoveel medicijnen geslikt. We zijn een land van pijnstillers. Wat is volgens mij de remedie voor dit alles? Verbinding. Laten we elkaars pijnstiller zijn. En hoe installeren we dit? Via rituelen. Samen met een bevriend koppel hebben mijn vrouw Nikkie en ik daarom plannen voor het creëren van een bedrijfje, ‘De Zielhouderij’. Hiermee willen we kleine en grote rituelen organiseren, op maat maar ook vanuit eigen initiatief. Zelf geloof ik in het bestaan van een ziel, maar ik wil deze gedachte aan niemand opdringen.

“Het grote probleem van onze tijd is een bewustzijnsprobleem: armoede, ecologische problemen, racisme – we willen ze niet zien, vaak vanuit angst. Ik weet nog exact op welk moment mijn activisme begonnen is: 17 oktober 2012, de Werelddag van Verzet tegen de Armoede. De vele getuigenissen die ik daar hoorde, waren een pets in mijn gezicht. Mijn vrouw en ik wisten meteen dat we iets moesten doen, het was onontkoombaar. We begonnen met een wekelijkse soepbedeling, waaruit dan later de geefpleinen zijn ontstaan. Dat was een groot succes. Die soepbedeling kun je zien als onze kleine revolutie, onze ‘Zielhouderij’ beoogt meer een grote revolutie, vanuit een onderstroom.”


Het grootste hart

“Acht jaar ben ik ondertussen samen met Nikkie (Van Lierop, AV). Het is mijn derde lange relatie. Verliefd ben ik nooit geweest, al zijn er getuigen die dat tegenspreken en lacht zij me – allicht terecht –uit wanneer ik dat zeg. Het was direct een diepere liefde, op een ander niveau. Pas voor het eerst heb ik het gevoel dat de versmelting totaal is, iets waar ik van in mijn jeugd van droomde. Wellicht zou elke relatietherapeut dat afraden, maar ik verlang niets minder dan de symbiose. Soms ga ik daar zeer ver in: ik kan bijvoorbeeld de deur niet uitgaan als mijn kledij niet afgestemd is op die van Nikkie, dat is mijn klein folietje. Het is ook een soort ritueel: je samen mooi maken voor je je aan de wereld toont.

“Een ideaal vrouwbeeld heb ik nooit gehad. Wel had ik toen ik jong was een beeld van de ideale relatie. Een totale gelijkheid tussen man en vrouw had ik voor ogen, twee krachtvelden die evenwaardig zijn. Samen delen ze een intimiteit die geheim moet blijven voor de rest van de wereld. De relatie als samenzwering, zo je wil.

“Ik leer Nikkie dingen, zij leert mij dingen. Voor ik Nikkie leerde kennen schreef ik geïsoleerd op mijn werkkamer. Zij haalde me daaruit, stap voor stap, en zonder dat ik het echt doorhad. Het duurde niet lang of ik bleek moeiteloos te kunnen schrijven op een terras en nu schrijven we geregeld samen in de woonkamer. We verrijken elkaar en tillen elkaar naar een hoger plan. Zij is ook mijn eerste criticus: elke bladzijde uit ‘WIL’ heb ik eerst aan haar voorgelezen. Maar andersom gebeurt het ook: ik geef haar raad bij haar projecten.

“Zelden zijn er wrijvingen tussen ons. Ik heb ook zo’n vreselijke hekel aan spanningen. Dat de liefde zo kan bestaan, het is toch een zekere opluchting. Uiteraard zet zij me wel eens op mijn plek, als dat nodig is. Als ik bijvoorbeeld de pedante patriarch uithang of zeer onredelijk ben. Zijzelf heeft een zeer groot hart. Ik ken niemand met een groter hart dan zij. Wij hebben elkaar getransformeerd. Als mensen ons zien, zeggen ze: zo’n schoon koppel. Het is makkelijk om de liefde uit te stralen als je zoveel liefde voelt. Al maakt dat je ook kwetsbaar. Nikkie gaat verder in die openheid dan ik.

“Met een bankbediende zou ik nooit samen kunnen zijn. De vrouw met wie ik leef moet toch een zekere drang tot creëren voelen. Ze moet betrokken zijn bij de wereld en niet alleen bezig met haar eigen geluk. Bij Nikkie is dat bij uitstek zo.”


Vragen bij het vaderschap

“De relatie met mijn eerste vrouw liep spaak toen mijn zoon nog klein was. Je zou kunnen zeggen dat ons samenzijn erop gericht was om een kind te maken, en dat nadien de betekenis verviel. De eerste drie jaar was ik een afwezige vader. Het cliché was waar: vooral mijn partner ontfermde zich over mijn kind, en ik heb haar onrust slecht ingeschat. Ik voelde me opgesloten, niet vrij, beklemd. Daarom besloot ik van haar weg te gaan. Ik heb brokken gemaakt, ik ben daar niet fier op. Maar daarna is mijn transformatie begonnen. De man die nu met Nikkie samen is, is niet meer dezelfde als de man die ik toen was. Ik ben mijn vorige partners dankbaar voor hoe ze me ook mee gevormd hebben.

“Na de scheiding hebben we onze zoon opgevoed in co-ouderschap, een week-weekregeling. Dat was eigenlijk een zegen. De week dat hij bij mij was, leidde ik een gestructureerd leven in functie van hem, de andere week kon ik een hele dag schrijven en ’s avonds zelfs nog naar de kroeg gaan. Voor mij was dat een goeie regeling. Als ik zie hoe heftig jonge moeders soms reageren op co-ouderschap, dan denk ik: moederliefde is toch iets anders dan vaderliefde.

“Mijn zoon is ondertussen 21 en staat op eigen benen. Ik zie hem niet meer zo vaak. Of ik een goede vader ben geweest? Ik durf het hem niet te vragen, bang voor het antwoord. Er zijn zaken die tussen vaders en zonen onuitgesproken moeten blijven. Met mijn eigen vader had ik eerst een moeilijke en daarna een goede relatie. Hoe goed je het ook bedoelt, ik denk dat elke opvoeding wonden veroorzaakt.

“Het gedwongen samenleven in een gezin vind ik een ware uitdaging, hét avontuur van je leven. Dat mensen als Hemingway en Geeraerts naar exotische landen moeten trekken om het spannend te hebben, dat snap ik niet. Het meest spannende gebeurt de eerste achttien jaar van je leven, en de rest van je leven heb je nodig om daarvan te herstellen, zo zie ik het.

“Nee, zo’n fan van het gezinsleven ben ik dus niet. Al die frustraties, jaloezie machtsverhoudingen en onvervulde verlangens. Daarom wou ik ook slechts één kind, zeker geen twee. De concurrentie tussen mij en mijn broer, het vechten voor de liefde van mijn ouders, dat herinner ik me als zeer uitputtend.”


Drang naar vrijheid

“Het wezen van mijn kunstenaarschap verklaar ik aan de hand van mijn jeugd. Ik kom uit een nest van verhalenvertellers: mijn grootmoeder, mijn vader, mijn ooms, mijn tantes. Ik observeerde ze toen ze in het centrum van de belangstelling stonden en hun toehoorders aan het lachen kregen. Zelf probeerde ik het ook, toen ik tien was of zo, maar niemand lachte. Dat zette me alleen maar aan om het gebeuren nog grondiger te analyseren. Ik ontdekte dat er twee factoren belangrijk waren: 1) je moet jezelf als hoofdpersonage nemen van je verhaal 2) je moet iets doen wat een beetje klungelig en gênant is, zo krijg je iedereen op je hand. Ik probeerde het en warempel, het werkte. Zo ontdekte ik het genot van verhalen vertellen. Zo ontstond denk ik mijn schrijverschap. Het was echt ‘growing up in public’.

“Als we het dan werkelijk hebben over het wezen van schrijverschap, dan denk ik dat de drang naar vrijheid ook een cruciale factor is. Gedwongen van 9 tot 5 op een bureau zitten, gedwongen een jaarlijkse vakantie hebben op een bepaald moment: ik mag er niet aan denken. Mijn soevereiniteit is zo kostbaar dat ik er veel voor over heb om niet aan de grillen van anderen te zijn overgeleverd. Ik heb dat niet in relaties, die mogen zo close mogelijk zijn. Maar wat betreft werk voel ik dit heel sterk. En natuurlijk is totale vrijheid een illusie, en moet ik ook soms naar de pijpen dansen van bepaalde opdrachtgevers. Maar waar het dus om draait is die dráng naar vrijheid, die is belangrijker dan de vrijheid zelf.”


Empathie

“Of een schrijver ook gevoelig moet zijn? Dat weet ik niet. Ik zou mezelf nu niet uitzonderlijk fijnbesnaard noemen, ik ga nogal grof om met de dingen. Uitgebreid palaveren over fijne gerechten of een lekkere geur, dat kan ik niet. Empathie is volgens mij wel belangrijk voor een artiest als ik. Hoe kun je romancier zijn als je je niet voldoende kunt inleven in de gevoelens van een ander? Ik heb gemerkt dat dit ook aan de oorsprong ligt van zowat alle conflicten die ik zie of meemaak: niet communiceren, niet proberen te voelen wat de ander voelt. En zo zijn we weer bij het begin van dit gesprek: bewustzijnsvorming is zo belangrijk. En het wordt steeds meer een trend in deze maatschappij – kijk naar boeken als ‘The empathic civilization’ van Jeremy Rifkin of ‘Altruïsme’ van Matthieu Ricard. Dat zijn een zeer hoopvolle boeken, gericht op een steeds bewustere en meer empathische samenleving.

“Ik wil daar dolgraag mijn bijdrage aan leveren, en probeer dan ook een goed mens te zijn. Me te verplaatsen in de ander. Zoveel mogelijk liefde te delen en mensen blij te maken. Als ik op mijn sterfbed lig, wil ik tevreden kunnen zijn, geen spijt hebben. Ik leef heel hard met dat besef in het achterhoofd. Uiteraard heb ik ook fouten gemaakt en zal ik er nog maken. Maar ik zal tenminste kunnen zeggen dat ik mijn best heb gedaan.”


Antwerpen, augustus 2016


Dit artikel verscheen eerder op www.charliemag.be


‘Van de liefde en de kunst’ is een project van journalist Annelies A.A. Vanbelle en kunstfotografe Carmen De Vos waarbij intieme portretten gemaakt worden van artistieke mannen en vrouwen. Meer specifiek wordt gepeild naar hun visie op ouderschap in combinatie met kunst, hun visie op de liefde en hun omgang met man-vrouwissues in hun werkveld. De interviews verschenen op Charlie magazine en kwamen tot stand met een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap.

© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon