© 2019 by Annelies A. A. Vanbelle

  • White LinkedIn Icon

Van de liefde en de kunst: Lize Spit

Lize Spit (29) werkt aan haar tweede boek. Er komt een amputatie in voor, zegt ze. En dat ze hiervoor moeiteloos door bloederige foto’s scrolt. Na het ontstellende einde van ‘Het Smelt’ hadden we deze keer gehoopt op wat meer compassie met de lezer. Maar nee, Lize Spit blijft genadeloos, zo ziet het ernaar uit. Als auteur toch. Als mens lijkt ze één en al zachtheid en zorgzaamheid. Bij de perfecte matcha latte praten we over wat naast het schrijverschap ook om aandacht smeekt: de liefde, de vriendschap en ja: het moederschap.


© Carmen De Vos

Om op gang te komen gaan we terug naar het prille begin. Of het schrijven er altijd al was? “Ja, toen ik elf was schreef ik mijn eerste roman, geïnspireerd door de gebeurtenissen rond Dutroux. Het was in die periode. Ik had een hekel aan schoonschrijven, maar naar de lessen Creatief Schrijven, daar leefde ik naartoe. Ooit bracht ik een juf aan het wenen met een limerick die ik had geschreven. De bevestiging die ik kreeg van leerkrachten, en het feit dat ik dergelijke emoties kon oproepen met mijn schrijven, stimuleerden me om verder te doen.

“Schrijven was voor mij ook een overlevingsmechanisme. Ik heb geen gemakkelijke jeugd gehad en door het schrijven kon ik me buiten de realiteit zetten. Als observator aan de zijlijn was het voor mij makkelijker om bepaald verdriet te doorstaan. Mijn schrijven is dus ontstaan vanuit een reële noodzaak, niet omdat ik me spiegelde aan andere schrijvers en dacht dat een schrijversleven iets voor mij kon zijn. Zelfs nu nog lees ik heel weinig. Ik vond het belangrijk om mijn eigen innerlijke stem te vinden. Ik heb er lang naar gezocht, maar met ‘Het Smelt’ heb ik die denk ik wel gevonden.”


De heerlijkheid van de flow

De poes ‘Poes’ – een zwarte kattin – komt naast Lize op de tafel zitten. Samen vormen ze een bijzonder plaatje dat ik graag op foto zou vastleggen. Maar nee, ik doe het toch maar niet. Ik wil de flow van dit gesprek niet bruuskeren. “Schrijven, dat kan ik urenlang aan een stuk. Als ik in een flow zit voel ik me goed en zelfzeker. Ik vergeet de tijd. Soms zit ik in een koffiebar een paar uur te schrijven, en krijg ik pas weer weet van de wereld als het sluitingstijd blijkt te zijn. Als ik dan moet stoppen ben ik als een loper die plots ophoudt en voelt hoeveel pijn zijn spieren doen. Daarna gaat het moeizamer en ben ik onzekerder.

“Ik schrijf thuis, op kantoor (Lize heeft iets verderop een werkplek die ze met anderen deelt, AV), op de trein, soms in een koffiebar. Eigenlijk kan ik overal schrijven waar ik me een beetje veilig voel, zolang ik mijn koptelefoon op heb én niemand op mijn scherm kan meekijken. Ik heb een playlist die me daarbij begeleidt en waaraan ik redelijk verknocht ben.

“Gisteren was ik op een etentje bij vrienden. Stiekem verlangde ik om na het dinertje te verdwijnen, in mijn schrijven en in die playlist. Vaak kruip ik ’s avonds even bij mijn vriend in bed tot hij slaapt, om daarna weer op te staan en te gaan schrijven. Als ik het gevoel heb dat ik overdag niet het beste van mezelf heb gegeven, dan ga ik ’s nachts gewoon door.

“Het lukt me nu moeilijker dan bij het schrijven van mijn eerste boek om me af te sluiten, terwijl dat toch echt nodig is. Ik heb lezingen, nu ook promosessies in het buitenland, veel afspraken. Ik moet nog leren hoe daarmee om te gaan, en te zorgen dat het mijn schrijven niet te veel hypothekeert. Vroeger had ik alle vrijheid, en kon ik gerust ’s nachts doorwerken als ik daar zin in had. Dan was ik belabberd de volgende dag, maar dat was niet zo erg. Nu kan ik me dat nog zelden permitteren.”


Een kindje van mezelf

De vraag dringt zich op: hoe denkt ze deze nood aan isolement met het moederschap te combineren? “Soms schrikken mensen ervan hoe huiselijk ik ben. Eigenlijk ben ik een erg zorgzaam type, ik ben al tien jaar samen met dezelfde man. Om die relatie te bezegelen, zou ik graag kinderen willen. Voor mezelf, als schrijver dan, vind ik het erg moeilijk om hierover te beslissen. Ik denk er heel veel over na, maar op den duur ga je de zaak dooddenken en kom je nergens meer.

“Ik vind het moederschap tegelijk prachtig en weerzinwekkend. Het feit dat een ander wezen je zo nodig heeft en continu in je nabijheid moet zijn, voelt vooralsnog beklemmend. Het schrikt me af. Een zwangerschap is een aanslag op je lichaam en ik denk dat je een jaar of langer niets anders bent dan lijf, dan geven. Ik stel het nu te negatief voor, want het verlangen is er wel.

“Hoe meer bevriende koppels kinderen krijgen, hoe beter ik me kan voorstellen hoe ik het zelf als moeder zou doen. En natuurlijk zit ik met alle clichévragen waar iedereen mee zit: hoe zal het allemaal te combineren zijn en zal ik wel een goede moeder zijn? Maar ook: welk effect zal dit hebben op mijn persoonlijkheid als schrijver? Het feit echter dat ik er al zo lang over nadenk, betekent volgens mij dat het er toch van komt. De vraag is alleen: wanneer? Ik wil graag eerst mijn tweede boek afwerken. En dan nog: een kind komt niet op commando. Eigenlijk is het nooit het geschikte moment.”


Een veilige thuishaven

De man is er vandaag niet maar toch is hij heel aanwezig. In alles wat Spit zegt schemert door hoe belangrijk hij is in haar leven, de partner van wie we de naam hier niet mogen noemen. “Ik ben spaarzaam met het weggeven van details over mijn privéleven. Mijn partner gaat ook zelden mee als ik lezingen moet geven of ergens moet opdraven als schrijver. Ik heb mijn leven, en hij het zijne. Ik vind het prettig als je nog een beetje een geheim kunt blijven voor mekaar.

“Voor hem is het niet evident. We kennen elkaar sinds mijn negentiende, van op school. Ondertussen zijn we gegroeid en heel andere mensen geworden, de verhoudingen evolueren voortdurend. Vroeger was ik degene die aan hem trok, die hem erg nodig had. Nu ben ik de ‘bekende’ schrijfster, en is hij degene die mij vraagt om wat meer thuis te zijn. Hij moet me vaak missen. Het is niet altijd eenvoudig.

“Tegelijkertijd ben ik een enorme huismus, en hecht ik erg veel belang aan wat we samen hebben. Onze relatie, dit kleine appartement: het is mijn wortel. Het houdt me met de voeten op de grond. Dit is de eerste plek waar ik me veilig voelde, waar ik een echt thuisgevoel had. Daarom kan ik hier niet zomaar weg, ook al zouden we graag wat ruimer gaan wonen.

“Mijn partner heeft geen creatief beroep maar voor mij bezit hij wel de ziel van een kunstenaar. Hij is erg gevoelig. Ik heb er nooit echt bij stilgestaan of hij mijn type is, of wat het alternatief dan zou kunnen zijn. Wij zijn zo hecht en vergroeid, dat ik me niet goed kan voorstellen wie ik zou zijn zonder hem. Verliefd op een ander? Dat gebeurt niet echt. Ik ben wel geflatteerd als ik voel dat iemand iets voor mij voelt, en ik ben dan geneigd ook iets te voelen voor die persoon. Maar ik doe er niets mee. Mijn relatie is me te lief. Ik ben erg trouw.”


Vriendschap met extra opties

“Natuurlijk vraag ik me met tussenpozen wel eens af: is dit het nu, zou ik me in een andere relatie of omgeving anders ontplooid hebben? Ik kan op dit moment niet zeggen dat dit voor het leven is, hoe dierbaar deze relatie me ook is. Ik ben een twijfelaar, op alle vlakken. Om die reden wil ik ook niet trouwen. ‘Voor altijd’, is te claustrofobisch. Liefde mag niet vanzelfsprekend zijn. Ik wil elke dag opnieuw voor elkaar kiezen en zo uiteindelijk samen oud worden.

“Liefde, dat is voor mij ‘vriendschap met extra opties’. Je veilig voelen, schaamteloos kunnen zijn. Er is niemand bij wie ik me zo op mijn gemak voel als bij hem. Bezweet naast elkaar op de bank zitten, misschien is dat wel de essentie van liefde. Mijn lief vraagt me soms: waarom maak je je zo op als je de deur uitgaat, en niet voor mij? Ik probeer hem uit te leggen dat dat net het mooiste compliment is: geen schaamte voelen voor de ander en gewoon de ruwe versie van jezelf mogen zijn.

“Voor hem is het niet altijd gemakkelijk om met een schrijfster samen te leven. Méér nog: ik zou niet met mezelf kunnen samenleven. Veel van wat wij samen doen sluipt op één of andere manier mijn teksten binnen. Ik overschrijf onze échte herinneringen met een nieuwe, gefictionaliseerde versie. Sommige mensen spreken hem daarover aan.

“Was ik met een schrijver getrouwd, ik zou eisen dat hij een contract tekent waarin staat dat het niet over mij mag gaan. Maar mijn partner en mijn vrienden, ik geef toe dat ik ze soms meedogenloos gebruik. Niet dat ze voor de buitenwereld direct herkenbaar zijn, maar mensen herkennen wel eens zichzelf.

“Op een dag stelde ik mijn vriend voor een oneerlijk dilemma: ik moet over ons kunnen schrijven, anders kunnen we niet samenzijn. Hij koos voor onze relatie. Liever met jou en met het schrijven, dan zonder jou. Hij accepteerde de onaangename consequentie van met een schrijfster samen te zijn. Tja, mijn schrijven, dat is voor hem toch een beetje een minnaar die hij node heeft toegelaten.”


Borsten of niet?

Ze is jong en ze is mooi en dan wil je toch weten in hoeverre dat invloed heeft gehad op haar explosieve schrijverscarrière. Maar voor ons is dat niet zo evident als voor Spit zelf. “Eerlijk: ik heb mezelf nooit mooi gevonden of aantrekkelijk. Ik was stomverbaasd toen ik aanvankelijk in de pers merkte dat ze positieve dingen zeiden over mijn uiterlijk. Hé, ben ik dat, vroeg ik me af, gaat dat over mij? In elk geval denk ik dat het feit dat ik een jonge vrouw ben meer in mijn voordeel dan in mijn nadeel heeft gespeeld. En dan vooral hoe mijn meisjesachtige uiterlijk in contrast stond met de hardheid van het boek.

“Natuurlijk heb ik het in bepaalde contexten wel eens moeilijk. Als ik bijvoorbeeld rond de tafel zit met gearriveerde mannelijke schrijvers en aangesproken wordt als ‘het meisje’, in de zin van ‘het kleine schrijfstertje’. Nu ja, je wordt wellicht serieuzer genomen als je ouder wordt.

“Los daarvan denk ik niet echt dat het een rol speelt dat ik een vrouw ben. Mijn schrijfstijl is niet typisch vrouwelijk, al zijn sommige thema’s dat misschien wel. En ik ben ook geen uitgesproken feministe. Op basis van mijn boek word ik soms uitgenodigd in feministische contexten, maar ik ga daar niet op in. Ik ben niet het type dat een openlijke strijd voert.

“Toch krijg je als vrouwelijke schrijver met zaken te maken waar mannen niet hoeven bij stil te staan. Als ik moet optreden vraag ik me af: wat ga ik aantrekken? Mijn borsten benadrukken of ze net verstoppen? Bij vrouwelijke interviewers maakt het niet uit of ik een decolleté toon, bij mannelijke ga ik al snel zorgen dat ze weinig zien, omdat ik serieus genomen wil worden. Zo bepalend is het dus wel.”

De kat is op mijn vragenblad gaan zitten, alsof ze wil zeggen: zo is het genoeg geweest, laat dit huis nu maar weer aan ons. Gecharmeerd door haar medeplichtigheid, schakel ik mijn recorder uit. Ik word nog even meegetroond naar de woonkamer, waar Spit haar eerste roman opdiept. Een schattig, voorbeeldig handschrift, op piepkleine blaadjes. Kuifjesbriefpapier, met onderaan telkens de hond Bobby. In één tel ben ik weer in het ijzige universum van ‘Het Smelt’. Daar waar elke man of vrouw zichzelf in de spiegel ziet, als dolende puistenkop van dertien – vertrouwd en een beetje wrang tegelijk.


(Anderlecht, 18 september 2017.)


Dit artikel verscheen eerder in Charlie magazine.


‘Van de liefde en de kunst’ is een project van journalist Annelies A.A. Vanbelle en kunstfotografe Carmen De Vos waarbij intieme portretten gemaakt worden van artistieke mannen en vrouwen. Meer specifiek wordt gepeild naar hun visie op ouderschap in combinatie met kunst, hun visie op de liefde en hun omgang met man-vrouwissues in hun werkveld. De interviews verschenen op Charlie magazine en kwamen tot stand met een subsidie van de Vlaamse Gemeenschap.